Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pakket - (klein pak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pakket zn. ‘klein pak’
Vnnl. briefuen ofte pacquetten ‘brieven of pakjes’ [1551; WNT].
Ontleend aan Middelfrans paquet [1388; TLF], eerder parquet ‘bijeen gebonden of verpakte artikelen’ [1368; TLF], afgeleid van Middelfrans pakke [1410; TLF], later pacque [1510; TLF], dat wrsch. ontleend is aan mnl. pac ‘baal, pakket’. Zie → pak 1.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pakket [klein pak] {packet 1599} < frans paquet < oudfrans pacquet < nederlands pak.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pakket, paket znw. o., sedert Kiliaen < fra. paquet.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pak znw. o., mnl. pac (ck) o. “pak, bagage” (te Utrecht eenmaal pāke v.). = mnd. pak o., packe v. “id.”, ook al “tuig” (van menschen gebruikt), meng. packe (eng. pack) “pak”. Uit het Ndd. nhd. pack m. o., laat-on. pakki m. “id.”. Een ook rom. woordfamilie: it. pacco, fr. paquet (> ndl. pak(k)et, sedert Kil.; ook elders ontleend); en — met bewaard gebleven p — ook in het Kelt. overgegaan: ier. gael. pac “id.”. Deze woordfamilie en die van bagage leveren groote moeilijkheden op; desnoods kunnen wij de eerste voor oorspr. germ., de tweede voor oorspr. rom. houden: zij zijn dan onderling verwant; hierbij misschien nog lat. bâjulus (*bagjolo-s), lastdrager” en kymr. beich “last”; on. baggi m. “pak, bundel” moet dan uit het Kelt. of Rom. ontleend of een heel ander woord zijn. Zie nog big. Pak “stel kleeren” = pak “bundel”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pakket s.nw.
1. Pak vir versending per bode of pos. 2. Ooreenkoms bestaande uit verskeie dele t.o.v. bv. salaris of aftrede en wat as geheel geld.
In bet. 1 uit Ndl. pakket (1599). Bet. 2 is 'n leenbetekenis van Eng. package (1968).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pakket (Frans paquet)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pakket ‘klein pak’ -> Russisch pakét ‘klein pak’; Oekraïens pakét ‘klein pak’ ; Wit-Russisch pakét ‘klein pak’ ; Azeri paket ‘klein pak’ ; Indonesisch pakét ‘klein pak; een set programma's voor een zeker doel, te koop als één geheel’; Jakartaans-Maleis pakèt ‘postpakket’; Madoerees makettagi ‘iets als pakket versturen’; Minangkabaus paket ‘klein pak’; Singalees päkäṭṭu-va ‘klein pak’ (uit Nederlands of Portugees); Papiaments † pakket ‘klein pak’; Sarnami pákit ‘klein pak’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pakket klein pak 1599 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut