Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pakken - (in een omhulsel stoppen; ter hand nemen, grijpen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pakken ww. ‘in een omhulsel stoppen; ter hand nemen, grijpen’
Mnl. packen ‘inpakken, opladen’ in de samenstelling pacgaren ‘inpaktouw’, als toenaam in pieter pacgarnes huus ‘het huis van Pieter Pakgaren’ [1295; VMNW], dan in De ghenne de dat gued to Brugge plegen to packene ‘degenen die de goederen voor Brugge plegen in te laden’ [1443-51; MNW]; vnnl. packen ook ‘ter hand nemen, grijpen’ in laets die hem packen ‘laat hem die (spijzen) tot zich nemen’ [1512; iWNT], Tbeliefde god ons op te packen [1539; MNW-R], ghepact ‘gestolen’ [1555; Debrabandere 1994], Boomwol, zacht in 't packen ‘katoen, zacht om aan te pakken’ [1660; iWNT].
Afleiding van → pak 1 ‘doos, pakket’.
Mnd. packen ‘inpakken, in een omhulsel stoppen’ en door ontlening (v)nhd. packen ‘id.’, ook ‘grijpen’, alsmede nzw. packa ‘(koffers e.d.) pakken’.
De oorspr. betekenis ‘inpakken, opladen e.d.’ bestaat nog steeds, bijv. in koffers pakken, maar komt vooral voor in samenstellingen, zoals pakhuis, pakpapier, paktafel, pakzolder. Als werkwoord is de vorm inpakken gebruikelijker. Uit de oorspr. betekenis ontwikkelde zich in het Vroegnieuwnederlands de huidige betekenis ‘grijpen, ter hand nemen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pakken [grijpen] {packen [inpakken, oppakken] 1450} van pak.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pakken ww., mnl. packen ‘pakken, inpakken’, mnd. packen, pāken (> nhd. packen, sedert de 16de eeuw). Een afl. van pak en dus eig. ‘inpakken’, waaruit zich die van ‘aanvatten, grijpen’ ontwikkeld heeft.

In de bet. ‘grijpen, nemen’ is pakken algemeen verbreid in het nl. Daarnaast komen vatten in N.O. Brabant, Betuwe, Z. Utrecht tot Achterhoek en verder sporadisch voor en krijgen in een gebroken strook langs de Oostgrens van Achterhoek tot Z-Limburg en plaatselijk in Friesland en Groningen (zie de taalkaart bij J. van Ginneken, Taaltuin I, 1932, 43).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pakken ww. Reeds mnl. mnd. (ook påken) en 16.-eeuwsch hd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

gepek (zn.) bagage; < Duits Gepäck.

pakke (ww.) nemen, pakken; Middelnederlands packen <1512>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2pak ww.
1. Goedere ordelik bymekaar sit. 2. Gryp. 3. Indruk maak, aangryp. 4. (fig.) Laai, plaas.
In bet. 1 - 3 uit Ndl. pakken (al Mnl. in bet. 1, 1520 in bet. 2, 1886 in bet. 3). Bet. 4 het wsk. in Afr. self ontwikkel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pakken ‘inpakken; grijpen’ -> Engels pack ‘inpakken; inblikken; samenpersen; samentroepen; vertrekken; wegsturen’; Duits packen ‘grijpen’ (uit Nederlands of Nederduits); Duits paketieren ‘inwikkelen, verpakken, tot een pakket maken’ ; Deens pakke ‘inpakken, uitpakken’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds packa ‘samenvoegen, verpakken, inwikkelen’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins pakata ‘in een pakket doen, verpakken’ ; Frans pacquer ‘(vis) in een ton pakken’; Tsjechisch paketovat ‘samenpersen’ ; Slowaaks paketovať ‘samenpersen’ ; Indonesisch pakem, pakam ‘pakken (van een rem)’; Menadonees pak ‘aanraken, tikken (bij tikkertje)’;? Minangkabaus pakam, pokam ‘pakken (van een rem)’; Petjoh pakken ‘grijpen, vinden’; Sranantongo paka ‘inpakken, grijpen’; Surinaams-Javaans pag ‘pakken (van een rem e.d.)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pakken grijpen 1660 [WNT] <?

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2298. Een tuk(je) doen (of pakken),

d.w.z. een middagslaapje doen (Harreb. II, 348 a), tukkebollen, tokkebollen of ook tukken, een tukje halen, een poosken pakken, zooals men in Zuid-Nederland zegt (De Bo, 401 b; 1197 b). Zie Mgdh. 216; Speenhoff III, 33: Vader is in bed geklommen, gaat een lekker tukkie doen; Falkl. VI, 57: Dan dee hij 'n tukje, verneembaar door z'n gesnurk; Handelsblad, 22 April 1914, p. 5 k. 2 (avondbl.): Eene gelegenheid, waar de vermoeide, geeuwerige Berlijner in het middaguur even een tukje kon pakken; 27 Juni (ochtendbl.) 1915, p. 6 k. 4: 'n Paar leden pakten stillekens 't tukje, dat 'n mensch na den eten toekomt; Ppl. 4; Jord. 61; 180; 200; Barb. 68; 144; Menschenw. 30; enz. talmen, dralen, wachten, toeven, in welken zin dit ww. dialectisch voorkomt (Tijdschr. XLI, 198). Dit znw. tuk behoort bij het ww. tukken, talmen, dralen, wachten, toeven, slapen, in welken zin het dial. nog voorkomtTijdschrift XLI, 198.. Vgl. het Zuidnederlandsche: een trek, een treksken, een trok doen, geheel in denzelfden zin als een tukje, een tuksken doen, halen, dat eveneens in Zuid-Nederland niet onbekend is (De Bo, 1197 a; Rutten, 235 a; Schuerm. 756 a; Waasch Idiot. 665 b). In de Zaanstreek en elders in Noord-Holland spreekt men van 'en tokkie doen, een hazetokkie, een middagtokkie, en kent men een wkw. tukken, tokken, een slaapje doen, ook in zich vertokken, zich verslapen; zie Menschenw. 168: Nou da' hai d'r juus tukke gong; Falkl. IV, 96: Anders sliep-ie tot half vier, ging de lantaarns uitdraaien, tukte wat na als-ie klaar was; IV, 124: Toen tukte ze nog eens in; Kunstl. II, 53: Als Frans tukt op z'n stoel; Boekenoogen, 1070; Bouman, 39 en vgl. voor het Urksch Taalen Ltb. VI, 44: Y legt op zen tukkien; ik goon op een tukkien; fri. in tukje, in knipperke dwaen; in tukje nimme. Zie no. 524 en 356.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut