Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pais - (vrede)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pais, peis [vrede] {1265-1270, peys 1370} < oudfrans pais < latijn pacem, 4e nv. van pax [vrede].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pais v., Mnl. pais, paes, uit Ofra. pais (thans paix), van Lat. pacem, acc. van pax: z. vangen.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pais (Oudfrans pais)
peis (Oudfrans pais)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pais, peis ‘vrede’ -> Fries pais ‘vrede’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pais, peis vrede 1265-1270 [CG Lut K] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal