Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pagaai - (roeispaan)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pagaai [roeispaan] {pangaai 1724, pagaai 1889} < maleis pengayuh, kayuh [roeier, roeiriem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pagaai znw. m. < maleis pěngajoeh.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pagaai znw. Wordt afgeleid uit mal. pĕngajoeh.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

pagaai. Ouder-nnl. pangaai staat nog dichter bij de mal. vorm.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pagaai v., uit Mal. pengajoeh = schepriem.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

pagaai’ (de, pagalen), mand of mandje in de vorm van een rechthoekige doos met deksel, gevlochten van warimbo* (1). In gindsche hoek ziet gij de bergplaats van Flora’s toilet. Het is een groote pagaai, die van tijd tot tijd dienst doet als reiskoffer (van Schaick 1866: 174). - Etym.: S pagara, bij Kappler (1854: 54) vernederlandst tot ’pakara. Volgens sommigen van E pack-all = mars waar alles in kan (Enc.Sur. 458), volgens anderen van Indiaanse oorsprong (Enc.NWI 382). In het E van Guyana is ’pegall’ een Indiaanse draagmand met een hoofdband (D.g.f. 49; = SN moetete*?). Oudste vindpl. Herlein 1718: 127. - Syn. warimbo* (2).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pagaai [+]: kort roeispaan; Ndl. (17e/18e eeu) pagaai (vroeër ook pangaai) uit Mal. pengajoeh, “roeiriem”.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

pagaai1 [roeispaan]. Pagaai, Frans pagaie of pagaye, is de korte, brede, niet op het vaartuig rustende, maar aan een kruk met de handen vastgehouden roeiriem, schepriem of roeischop, waarmee de eilanders van de Stille Zuidzee hun kano’s voortstuwen, maar die ook zeer veel gebruikt wordt bij de volken van de Indische Archipel, en ook bij onze zeelieden, vooral op de oorlogsschepen, niet onbekend is. Men heeft ook pagaaien met twee roeischoppen, die door snelle omdraaiing beurtelings met het water in aanraking gebracht worden. In het Engels heet de pagaai paddle en het roeien met dit werktuig, dat wij pagaaien noemen, wordt in het Engels to paddle genoemd.

Het woord pagaai is zoal niet rechtstreeks van Maleise oorsprong, stellig met de in het Maleis daarvoor gebruikte naam verwant. De lange riem heet in het Maleis dajoeng, de schepriem pengajoeh. Dit laatste komt van kajoeh, waarvan de verbaalvorm mengajoeh het voortstuwen van een boot met schepriemen aanduidt. Denkbaar is het dat pagaai door verminking en afkorting van pĕngajoeh gevormd is, maar ik mag niet onopgemerkt laten dat kajoeh in het Javaans ook door gajoeh wordt vervangen, waarvan pĕgajoeh of pagajoeh, met de betekenis van de zaak die dient tot datgene wat door het grondwoord aangeduid wordt, (zie Roorda’s Beknopte Javaansche Spraakkunst, p. 108) met volkomen regelmatigheid zou worden afgeleid. Ware deze vorm werkelijk in gebruik (en wie verzekert ons dat hij dit nergens is of nooit geweest is?), dan zou men zeker geen bezwaar maken pagaai als rechtstreeks daarvan gevormd te beschouwen. [V]

pagaai2 [roeispaan]. Volgens Veth rechtstreeks uit het Maleise pengajoeh: korte schepriem, een etymologie die volgens de Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië nog geenszins vaststaat. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pagaai (Maleis pengajoeh)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pagaai ‘roeispaan’ -> Duits Pagaie ‘roeispaan’; Deens pagaj ‘roeispaan’; Noors pagai ‘roeispaan’; Zweeds † pagaj ‘roeispaan’ (uit Nederlands of Frans); Fins † pakaija ‘roeispaan’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pagaai roeispaan 1724 [WNT] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut