Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

paardenboon - (plant)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

paar’deboon (de, -bonen), (niet alg.) 1. gekweekt kruid met witte, roze of paarse vlinderbloemen (Canavallia ensiformis, Bonenfamilie*). Zie Vinken 103. - 2. peul van deze plant die als snijboon gegeten wordt. - Etym.: AN p. = in Ned. gekweekte cultuurvorm en vrucht van een andere boonsoort van dezelfde familie (Vicia faba).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut