Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

overweg - in de uitdrukking met iemand overweg kunnen

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

overweg* in de uitdrukking met iemand overweg kunnen [met iemand kunnen omgaan] {overwech comen [meekomen, het uithouden] ca. 1475} van overwech [over de uitgestrektheid van de weg], vervolgens gebruikt in uitdrukkingen als met iemand over de weg kunnen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

overweg bijw. betekent letterlijk ‘over de weg’ zoals nog Teuth. aeverwech en Plantijn overwech. Dan wordt het gebruikt in uitdrukkingen als met iemand over de weg kunnen in de zin ‘het goed met hem kunnen vinden’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

overweg bijw. In de letterlijke bet. “over den weg” Teuth. aeverwech, Plantijn over wech. Voor de overdr. bet. vgl. Antw. met iemand over de baan kunnen “overweg kunnen”.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1749. Met iemand niet overweg kunnen,

d.w.z. eig. met iemand niet over den weg kunnen gaan; vandaar met iemand niet kunnen omgaan, niet kunnen ‘opschieten’. Van zaken gezegd, er geen slag van hebben, er niet veel van begrijpen, er niet mee terecht kunnen. Vgl. Mnl. Wdb. V, 2346; Ndl. Wdb. XI, 2202; Plantijn: Over wech gaen, passer le chemin, iter facere; Job XXXIV, vs. 8: Ende hy gaet over wech met de werckers der ongerechticheyt; Sartorius I, 4, 37: een Man daermen mede over wech mach ter vertaling van het lat. omnium horarum homo; Hooft, Warenar, vs. 1390; C. Wildsch. III, 272; VI, 2 en Halma, 479: Over weg, en chemin; ik kan er niet meê over weg, je ne saurois me faire à son humeur, je ne saurois sympathiser avec lui. In Friesland zegt men ook: hja kinne net mei elkoar oer 'e wei; bij V.d. Water, 112: kunne omkomme met; in Zuid-Nederland met iemand over de baan kunnen (zie Antw. Idiot. 172; Teirl. 99); geen poorten met iemand uitkunnen (Antw. Idiot. 989; 1977) en met iemand geen richt (of reeën) kunnen schieten; bij Hoeufft, 441: goed met iemand over kunnen; vgl. het eng. I can 't get on with him.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut