Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

overstuur - (in de war)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

overstuur* [in de war] {1630 in de betekenis ‘achteruit’; de huidige betekenis 1757-1762} ‘achteruit’ is de oudste betekenis, gezegd van vaartuigen; het roer zit achteraan het schip. Hieruit ontwikkelde de moderne betekenis zich.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

overstier bn.: overstuur, ontdaan; te laat. Kustdialectische (Ingw.) variant met ie < uu van overstuur, vgl. vier ‘vuur’, bestier ‘bestuur’. De Nnl. bet. is ‘achteruit’, omdat het stuur achter op het schip staat. Overstier wezen, gezegd van een koe die later is met kalven, heeft dus niets te maken met het woord stier.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

overstuur* in de war 1757-1762 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1747. Overstuur (-stier) zijn,

d.w.z. in de war zijn, geheel van streek zijn (ook gezegd van de maag); zeer aangedaan, kapot zijn; eig. beteekent overstuur (of overstier) in de richting van het stuur, dus: achteruit. Het eerst werd het van schepen gezegd in verbinding met verschillende wkw. als drijven, varen, wijken, in de bet. van achteruit drijven (eng. to go astern), enz. en later ook in het algemeen, zooals blijkt uit het mnl. over stuur (stier) wiken, tien, achteruit wijken, trekken, en het mnd. over stûr gan, rückwärts, verloren gehenSchiller und Lübben IV, 452 en Oudemans V, 493.. In de 17de eeuw was het vrij gewoon, zooals blijkt uit Bontekoe, 60; Winschooten, 304: Ooverstuur drijven, agter uit drijven: oneigendlijk agter uit teeren; ook het loopt ooverstuur; daar is veel ooverstuur, daar is groot verlies. Zie verder Sewel, 133: Dat zou te veel over boordVgl. Ndl. Wdb. III, 470. (over stuur) zyn, that would be too much lost; Ndl. Wdb. XI, 1202; V.v.d.D. 199: Maar al had ik toen best kunnen antwoorden, m'n hersens waren te veel overstuur. In Groningen is thans nog bekend doar is niks bie (of an) overstuur, daar wordt niets bij verloren; vgl. Deensch gaae overstyr, verloren gaan (Molema, 552 b), en in Zuid-Nederland kent men overstier nog in de oorspr. beteekenis van achteruit, van een schip gezegd (zie Waasch Idiot. 495; Antw. Idiot. 1952), doch overstuur, overstier (of achterstier) komt adlaar ook voor in de bet. van te laat, over den tijd; zie Joos, 92; Schuerm. 448 b; Bijv. 229 b; Antw. Idiot. 928 en De Bo, 809, die als synoniem opgeeft buiten stier. Ook in het hd. is über Steuer gehen, terug-, verloren gaan bekend, evenals in het oostfri.: afer stûr gân, kamen of raken, verloren gaan; buten of afer stûr kamen, raken, van zijn stuk raken, van streek zijnWander IV, 843; Ten Doornk. Koolm. III, 356; Kluge, Seemanssprache, 752.; fri. oerstjûr, in wanorde, ontroerd, verbolgen; gron. oetstuur, van zijn stuk, in de war, van streek.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut