Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

overdaad - (exces)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

overdaad* [exces] {overdaet [buitensporigheid] 1260-1280} middelnederduits overdāt [wandaad], middelhoogduits übertāt [misdaad]; van over [verder] + daad.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

overdaad znw. v., mnl. ōverdaet ‘buitensporige daad; onbetamelijke woorden; overmoed, aanmatiging; wandaad; onmatigheid, overdaad’, mnd. ōverdāt ‘wandaad; onmatigheid’, mhd. übertat ‘misdaad’. — De huidige bet. is dus een toepassing van ‘het buiten de perken gaan’ op een bepaald gebrek en wel dat der gulzigheid, die tot een der zeven hoofdzonden gerekend werd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

overdaad znw. Mnl. met ruimere bet.: “wat de grenzen van ’t betamelijke te buiten gaat, slechte daad enz.”. Ook al mhd. mnd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

overdaad ‘exces’ -> Fries oerdaad ‘exces’; Deens bladdåd ‘exces’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds överdåd ‘exces’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans dialect † havredas, hauvredois ‘daad van geweld’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

overdaad* exces 1260-1280 [CG II1 Wrake R.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal