Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

otter - (zoogdier (Lutra))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

otter zn. ‘zoogdier (Lutra)’
Onl. in de plaatsnaam Ottarfliaton ‘plaats in Groningen’ [10e-11e eeuw; Künzel] (otter als eerste lid in de nog oudere plaatsnaam Otterlo < onl. Uttarlo [838, kopie eind 11e eeuw; Künzel], wordt betwist vanwege de ligging van Otterlo op hoge zandgronden, waar otters niet voorkomen); mnl. otter ‘otter’ [1240; Bern.].
Mnd. otter; ohd. ottar (nhd. Otter); oe. otr, otor (ne. otter); on. otr (nzw. utter); < pgm. *utra-.
Verwant met: Latijn lutra ‘otter’ (met l- misschien onder invloed van lavāre ‘wassen’ of lūdere ‘spelen’); Grieks húdros/húdrā ‘waterslang’, én-udris ‘otter’; Sanskrit udrá ‘waterdier, otter’; Avestisch udra ‘otter’; Litouws ū́dra ‘id.’; Russisch výdra ‘id.’; < pie. *udr-os, nultrapafleiding van de wortel van → water < pie. *uod-r-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

otter* [marterachtige] {in de plaatsnaam Uttarlo, nu Otterlo (Gld.) <830>, otter 1201-1250} oudhoogduits ottar, oudengels otor, oudnoors otr; buiten het germ. grieks hudra [waterslang] (vgl. hydra), litouws ūdra [otter], oudpruisisch udro, oudkerkslavisch vydra [idem], oudindisch udra- [waterdier], ablautend met water.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

otter znw. m., mnl. otter m., mnd. otter, ohd. ottar, oe. otor, ottor (ne. otter), on. otr < germ. *utra- < idg. *udro-, vgl. oi. udrá- ‘waterdier’, gr. húdros, húdra ‘waterslang’, osl. vydra, lit. udra, lett. ūdris, apr. udro ‘otter’. — Dus eig. ‘het in het water levende dier’ en verder verwant met water.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

otter znw., mnl. otter m. = ohd. ottar (nhd. otter), mnd. otter, ags. otor, ottor (eng. otter), on. otr m. “otter”, germ. *utra-, idg. *udro-. Voor de wgerm. consonantverdubbeling vgl. appel. Ablautend met water. Van dezelfde basis oi. udrá- “een soort waterdier” (formeel = otter), gr. húdros, húdra “waterslang”, slav. (o.a. russ. čech.) vydra, lit. údra “otter”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

otter m., Mnl. id. + Ohd. ottar (Mhd. otter, Nhd. id.), Ags. otor (Eng. otter), On. otr (Zw. utter, De. odder) = waterdier + Skr. udras = otter, Gr. húdra = waterslang, Ru. vydra, Lit. údra = otter. Het staat tot den wortel van water, als os tot dien van wassen (z. dol 1).

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

-otter -ottertje Element in een aantal groningse en vlaamse vogelvolksnamen voor vnl. een aantal Zangertjes. Zie Kaarsottertje. – Ook Kûlotter voor de Wulp in Noord-Brabant [Wilms 970807,1]. Het heeft ws. een pejoratieve lading, net als het ww. otteren. Vermoedelijk was de primaire betekenis die van het visetend zoogdier Otter.

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

otter: kerel, vent; (vaak voorafgegaan door schele) scheelziend persoon.

Denkt die transpirerende otter nou dat wij helemáál gek zijn? (Willy van der Heide, Lotgevallen rond een locomotief, 1956)

H. ter Stege (2004), De betekenis van de Nederlandse (volks)namen van zoogdieren, reptielen en amfibieën, eigen uitgave Waalre

Otter ̶ Lutra lutra (Linnaeus, 1758)
Duits: Otter; Engels: Otter; Frans: Loutre; Fries Fiskotter
Naast voldoende voedsel, dekking en rust is de aanwezigheid van schoon zoet water van levensbelang voor de otter. Sinds het eind van de tachtiger jaren wordt de otter in ons land als uitgestorven beschouwd. Door jacht en waterverontreiniging was de otterpopulatie, die in het begin van de vorige eeuw nog op zo’n 1500 exemplaren werd geschat, in 1983 reeds teruggelopen tot enkele tientallen. Overwogen herintroductie heeft pas kans van slagen als de waterkwaliteit sterk wordt verbeterd en rustgebieden worden geschapen.
De otter heeft een lang, slank lichaam met vrij korte poten en een lange, aan de basis dikke staart. De fluweelachtige, kastanjebruine vacht bestaat uit een waterdichte haarlaag en een waterafstotende laag van dekharen. De van zwemvliezen voorziene poten hebben sterke klauwen. Het zijn voortreffelijk zwemmers.
Otters jagen op vissen, kikkers, kreeften, mollen, muizen en ratten.
De naam otter komt uit het Oudgermaans en betekent zoiets als ‘waterdier’. Elders wordt deze naam als atter (Friesland), odder (Groningen) of otr (Twente) geschreven. Het naamdeel en zijn element ‘water’ herkennen we ook in wetterotter (Friesland), waeter-odder (Overijssel) en baek-ulk (Achterhoek).
Vis, zijn prooi bij uitstek, komt naar voren in de namen fiskotter (Friesland), visotter en vismoejer (Groningen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

otter s.nw.
Waterlewende roofdier.
Uit Ndl. otter (al Mnl.).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

otter: bep. roofdiertjie wat gew. i. water boer (Lutra vulgaris, fam. Mustelidae); Ndl. otter (Mnl. otter), Hd. en Eng. otter, hou verb. m. Gr. (h)udōr, “water”, (h)udra/(h)udros, “waterslang”, en m. Skt. udra-, “waterdier”; v. water.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

otter ‘marterachtige’ -> Berbice-Nederlands otro ‘marterachtige’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

otter* marterachtige 0830 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut