Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ornitholoog - (vogelkenner)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ornitholoog zn. ‘vogelkenner’
Nnl. ornitholoog ‘vogelkenner’ [1824; Weiland].
Internationaal neologisme, afgeleid van Grieks órnīs (genitief órnīthos) ‘vogel’ met het achtervoegsel -loog ‘kundige, kenner’, zie → -logie.
Grieks órnīs gaat terug op een n-stam pie. *h2or-en- of *h2er-en- ‘grote vogel’ (IEW 315) en is verwant met pgm. *ara(n)-, zie → arend; aan de aldaar genoemde verwante woorden kan toegevoegd worden Hittitisch ḥara-š (genitief ḥaran-aš) ‘arend’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ornitholoog ‘vogelkenner’ -> Indonesisch ornitolog ‘vogelkenner’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut