Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oriënteren - (nagaan waar men zich bevindt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

oriënteren (zich) ww. ‘nagaan waar men zich bevindt’
Nnl. zich oriënteren ‘zich bekend maken met de ligging van een plaats; zich behoorlijk inlichten’ [1824; Weiland], als verl.deelw. ook ‘gericht op’, zoals in een links georiënteerde politiek [1944; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans s'orienter ‘de plaats waar men zich bevindt bepalen t.o.v. de windstreken’ [1694; TLF], eerder al ‘de kompasrichting (van een kaart) aangeven’ [1680; TLF], afleiding van het zn. orient ‘het oosten’, dat ontleend is aan Latijn oriēns (genitief orientis) ‘de opgaande zon; het oosten, het oostelijk deel van de bekende wereld’, het teg.deelw. van orīrī ‘rijzen, opkomen (van hemellichamen)’, zie ook → origine.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

oriënteren [plaatsen volgens de streken van het kompas] {1862} < frans orienter [idem], van orient (vgl. Oriënt).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Orienteren (= Fr. orienter; < → oriënt). Richten naar het oosten, of: de opgang der zon zoeken en met behulp daarvan de andere windstreken.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oriënteren plaatsen volgens de streken van het kompas 1862 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut