Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oranje - (sinaasappel; kleur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

oranje zn. ‘kleur’
Mnl. eerst de vorm araenge, zelfstandig gebruikt in de lakenindustrie voor ‘oranjekleurig laken, oranje kleur’ in roseide araenge ghelewe ende moreide ‘lichtrood, oranje, geel en zwart (laken)’ [1282; VMNW], dan ook oraynge ‘oranjekleurig laken’ in XII elne oraynge ‘12 el oranje laken’ [1364-65; MNW], ook arance, orange ‘sinaasappelboom’ in applen van oraengen [1350-1400; MNW-P], vier appel van arance ‘vier oranjeappels, sinaasappels’ [1417-21; MNW], appele van orangen ‘sinaasappels’ [1432-68; MNW limoen]; vnnl. aranie, orange ‘sinaasappelboom’ in appel van aranien [1538; WNT Supp. appel], appelkens van oraengen [ca. 1560; WNT Supp. appel], oranje ‘sinaasappel’ in schijfkens van orangen ‘schijfjes sinaasappel’ [1614; WNT], ‘roodgele kleur’ in oranje sluyers [1626; WNT], oranje lint [1633; WNT veldteeken].
De vorm oranje is ontleend aan Frans orange ‘oranje kleur’ [1553; TLF], eerder al ‘zoete sinaasappel’ [1515; TLF], ouder orenge ‘bittere sinaasappel’ [1393; TLF], verkorting van de verbinding pomme d'orenge ‘vrucht van de sinaasappelboom’ [1314; TLF], pume orenge ‘id.’ [ca. 1200; TLF]; de oudere vormen arange, arance, enz. zijn ontleend aan middeleeuws Latijn arangia, arancium ‘id.’ (MNW). De Franse en middeleeuws-Latijnse vormen zijn zelf ontleend aan Spaans naranjo ‘sinaasappelboom’ en naranja ‘sinaasappel’, waarbij de n- wegviel door verkeerde woordscheiding, zoals in → aak 1; de vervanging van ar- door or- is mogelijk een gevolg van associatie met het Franse woord or ‘goud’ < Latijn aurum, zie → aureool, wegens de kleur van de sinaasappel (Kluge, WNT), of van associatie met de Franse plaatsnaam Orange, ouder Orenge < Latijn Arausio, omdat Orange vanaf de 13e eeuw een belangrijk handelscentrum was (TLF). Spaans naranjo is ontleend aan Arabisch nāranj, dat zelf weer ontleend is aan Perzisch nārang; het Perzisch ontleende dit woord aan Sanskrit n rān-gā-s ‘sinaasappelboom’, dat wrsch. uit een Dravidische taal stamt. Het woord ging in de meeste talen al spoedig ook over op de kleur van de vrucht.
De bittere of zure sinaasappel (Citrus aurantium) uit Voor-Indië kwam in de middeleeuwen via de Perzen bij de Arabieren terecht, die de vrucht en de boom via Sicilië in Zuid-Europa brachten. De zoete sinaasappel (Citrus sinensis), die in de 16e eeuw door de Portugezen uit China werd geïmporteerd, verdrong de zure variant en nam in de meeste Europese talen de naam ervan over, maar zie → sinaasappel.
Het graafschap, later prinsdom Orange in Frankrijk kwam door huwelijken en vererving in 1530 aan de Nassaus; bij de vrede van Utrecht in 1713 kwam het bij Frankrijk, maar de titel prins of prinses van Oranje werd later alsnog verworven door de Nassaus en is nog altijd een van de titels van het Nederlandse vorstenhuis. De kleur met de identieke naam oranje is symbolisch geworden voor het vorstenhuis en voor Nederland.
Lit.: Philippa 1991

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

oranje1 [sinaasappel] {araengieappelen 1534, oragnie-appelen 1625} < frans orange, pomme d'orange < spaans naranja < arabisch naranj < perzisch nārenj < oudindisch nāranga- [sinaasappelboom]; het woord werd echter volksetymologisch in verband gebracht met de streek Orange, waar sinaasappels verhandeld werden < latijn Arausio.

oranje2 [kleur] {araenge 1282} < frans orange, in het fr. genoemd naar de oranjeappel (vgl. oranje1); in het nl. zijn de vruchtnaam en de kleurnaam gezien de dateringen onafhankelijk van elkaar geleend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

oranje 1 znw. m. v. (vrucht- en boomnaam) < fra. orange > mlat. arangia, arancium (vgl. ital. arancio) > arab. perz. näräng ‘sinaasappel’ (vgl. spa. naranja, port. laranja). — Onder invloed van or ‘goud’ ontstond de fra. vorm orange. Zie ook: pomerans.

oranje 2 bnw. (kleurnaam), mnl. oranghe, orainge is hetzelfde woord als oranje 1; de kleur is naar die van de oranjeappel genoemd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

oranje znw. (boom- en vruchtnaam), komt ook voor als kleurnaam, bnw. znw. o.. Wsch. komt mnl. oranghe, orainge (g = ź) reeds voor als bnw. (kleurnaam) en misschien ook (in de rekeningen van Middelburg) als znw. = “oranjegeel laken”, ’t Woord is ontleend uit fr. orange, dat zoowel den boom en vrucht als de kleur aanduidt. Dit heeft — onder invloed van fr. or “goud” — o voor oudere a: vgl. mlat. arangia, arancium, it. arancio enz. “oranjeappel”, waarbij zich ook ’t ontleende mnl. arance, ar(y)ange “id.”, ook (Mnl. Handwdb.) kleur- en stofnaam, aansluit. Nog vla. ara(a)nje. Een ouderen anlaut heeft spa. naranja. ’t Woord komt van arab.-perz. nâranǰ “oranje-appel”. Ook in ’t Du. Eng. De. is ’t fr. woord overgenomen. De naam van ons vorstenhuis = de fr. plaatsnaam Orange (lat. Arausio, later ook Auraica).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

sinaasappel. In “de met de uitspraak overeenkomende spelling Chinaasappel” is blijkbaar een uitspraak sj- bedoeld, die niet als normaal, maar als dialectisch moet gelden.
Niet aannemelijk is de verklaring van het eerste deel uit Messina, waarvoor laatstelijk Vercoullie Vla. Acad. 1920, 594 vlg. het opneemt.Weerlegging bij Grauls Feestalbum Is.Teirlinck, waar tevens blijkt hoe de naam van de nieuwe variëteit oranje-appel, appelsien, sienappel, uit N.-Nederland zich zuidwaarts heeft verbreid naar Vlaams-België en daar het oudere oranje(-appel), aranie (zie oranje) op enkele resten na heeft verdrongen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

oranje v. (vrucht, oranjekleur), uit Fr. orange voor *arange (met bijgedachte aan Lat. aurum = goud), van It. arancia voor *narancia, hetwelk met Sp. naranja en Po. laranja, uit Perz. nāranj.

oranje v. (vrucht, oranjekleur), uit Fr. orange voor *arange (met bijgedachte aan Lat. aurum = goud), van It. arancia voor *narancia, hetwelk met Sp. naranja en Po. laranja, uit Perz. nāranj.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

oran’je (de, -s), 1. soort citrusboom met lange, maar niet zeer scherpe dorens, gekweekt om de vruchten (Citrus aurantium, Citrusfamilie*). Op het bed met de jonge oranjes groeit veel wied* (J&L 1920b: 8). - 2. vrucht van deze boom, gelijkend op een sinaasappel met ruwe schil. - 3. kort voor Curaçaose oranje* (2). Zie S&S 263. - Etym.: AN o. (Van Dale): syn. van AN oranjeboom (zie SN oranjeboom*) en sinaasappel (vrucht van Citrus sinensis). Oudste vindpl. van 1 Lammens 1822; 1982: 49. - Opm.: In bet. 1 en 2 te verdelen in zoete oranje* en zure oranje*.
— : Curaçaose oranje, 1. soort mandarijneboompje (Citrus reticulata, Citrusfamilie*). - 2. mandarijn van deze plant, met een dunne, gladde, oranje schil. Voor we naar huis gaan moeten we door het oude kampement* () lopen om een paar curaçaose oranjes te plukken (Ferrier 1968: 66). - Etym.: Zie oranje*. - Zie ook: pompon*.
— : zoete oranje, 1. vorm van oranje* (1). - 2. vrucht van deze plant. Er is ook een zoete oranje, die minder zuur smaakt doch overigens met de zure oranje* overeenkomt (Ost. 129). - Etym.: Zie oranje*, zie het cit.! Oudste vindpl. van 2 Teenstra 1835 II: 253. - Syn. van 1 oranjeboom*.
— : zure oranje, 1. vorm van oranje* (1). Ze rook naar overrijpe sapotilles, bacoven*, en het stengeltje van de zure-oranje waar ze apathisch op kauwde prikte mij tot niezen toe (Roemer 1982: 17). - 2. vrucht van deze plant. Elke Surinamer houdt van pom*. We maken het van een grote tajer*, die wordt geraspt en met het sap van zure oranjes en kip maken we deze heerlijke Surinaamse pastei (Butner 1957b: 61). - Etym.: Zie oranje*. De vrucht is zuur en zuurder dan die van zoete oranje*. Oudste vindpl. van 2 Kuhn 1828: 116. ’Sour orange’ in het E van Guyana en W.I. eilanden heeft dezelfde bet. (C&L). - Syn. van 1 oranjeboom*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

oranje (Frans orange)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Oranje. In dit woord zijn drie woorden saamgeloopen, waarvan de beide laatst behandelde weder op éénzelfde woord teruggaan. De verschillende woorden hebben op elkanders beteekenis onderling ingewerkt. 1e. De naam van het prinsdom, daarnaar van den vorst, het geslacht enz. Dit is overgenomen uit het fra. Orange; in den vorm Orange is dit woord gekomen uit mlat. Arausia of Auraica; Willem van Oringen (rijmend op : dwingen) was in onze mnl. letterkunde bekend, doch toen later in 1530 de Nassau’s het prinsdom Orange erfden, was die vorm al lang vergeten, en werd het Orange, Orangien, Oranje. Gr. Placaatb. 3,32 a: “Wilhelm by der gratie Godts, Prince van Orange, Grave van Nassau” (1572); v. Lummel. N. Geuzenliedb. 63: “Een Prince van Oraengien Ben ick vry onverveert”. Al spoedig werd de naam in verband gebracht met de woorden oranje (vrucht) en o. (kleur), en het in ’t Antw. Liedb. (1544) voorkomend Prince v. Araengien en Van Aranien den Princier (bl. 300 en 309) zijn alleen aan die contaminatie (zie de vrucht) toe te schrijven. De oranjekleur werd het symbool van het oranjehuis. Toen in 1702 Willem III kinderloos stierf, kwam het prinsdom Oranje aan Frankrijk terug, doch al de leden uit de familie van W. I voerden den titel Prins v. Oranje: in de 18e eeuw dikwijls met bijvoeging van: en Nassau, waaruit de geslachtsnaam Oranje-Nassau ontstaan is; na de restauratie werd de titel van den troonsopvolger: Prins v. O. 2e. De naam van de vrucht. De oudste vormen, die ze in onze taal droeg, is arance en araynge, later araengne, arangie, terwijl in de 16e eeuw de a schijnt te zijn vervangen door de o onder invloed van den kleurnaam orange; gewestelijk bleef echter de a (W.-Vla.) Het woord komt uit arab. narang, (zie Dozy, Oosterl.); door middel waarsch. van het spa. naranja, waarnaast port, laranja, it. arancio, mlat. arangia, arancium. In het fra. werd de a reeds in de M.E. verdrongen door de o omdat men daar verband zag in den naam met or = goud. Oranjeappel werd ook wel appeltje van Oranje genoemd door gedachte aan Oranje (l). 3e. De naam van de kleur, nml. rood met geel vermengd; deze is op het eind der M.E. overgenomen uit het fra. oranje, dat ook de kleur van de oranjeappelen aanduidde.

Oranje. In dit woord zijn drie woorden saamgeloopen, waarvan de beide laatst behandelde weder op éénzelfde woord teruggaan. De verschillende woorden hebben op elkanders beteekenis onderling ingewerkt. 1e. De naam van het prinsdom, daarnaar van den vorst, het geslacht enz. Dit is overgenomen uit het fra. Orange; in den vorm Orange is dit woord gekomen uit mlat. Arausia of Auraica; Willem van Oringen (rijmend op : dwingen) was in onze mnl. letterkunde bekend, doch toen later in 1530 de Nassau’s het prinsdom Orange erfden, was die vorm al lang vergeten, en werd het Orange, Orangien, Oranje. Gr. Placaatb. 3,32 a: “Wilhelm by der gratie Godts, Prince van Orange, Grave van Nassau” (1572); v. Lummel. N. Geuzenliedb. 63: “Een Prince van Oraengien Ben ick vry onverveert”. Al spoedig werd de naam in verband gebracht met de woorden oranje (vrucht) en o. (kleur), en het in ’t Antw. Liedb. (1544) voorkomend Prince v. Araengien en Van Aranien den Princier (bl. 300 en 309) zijn alleen aan die contaminatie (zie de vrucht) toe te schrijven. De oranjekleur werd het symbool van het oranjehuis. Toen in 1702 Willem III kinderloos stierf, kwam het prinsdom Oranje aan Frankrijk terug, doch al de leden uit de familie van W. I voerden den titel Prins v. Oranje: in de 18e eeuw dikwijls met bijvoeging van: en Nassau, waaruit de geslachtsnaam Oranje-Nassau ontstaan is; na de restauratie werd de titel van den troonsopvolger: Prins v. O. 2e. De naam van de vrucht. De oudste vormen, die ze in onze taal droeg, is arance en araynge, later araengne, arangie, terwijl in de 16e eeuw de a schijnt te zijn vervangen door de o onder invloed van den kleurnaam orange; gewestelijk bleef echter de a (W.-Vla.) Het woord komt uit arab. narang, (zie Dozy, Oosterl.); door middel waarsch. van het spa. naranja, waarnaast port, laranja, it. arancio, mlat. arangia, arancium. In het fra. werd de a reeds in de M.E. verdrongen door de o omdat men daar verband zag in den naam met or = goud. Oranjeappel werd ook wel appeltje van Oranje genoemd door gedachte aan Oranje (l). 3e. De naam van de kleur, nml. rood met geel vermengd; deze is op het eind der M.E. overgenomen uit het fra. oranje, dat ook de kleur van de oranjeappelen aanduidde.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Oranje2 (vrucht en ook de boom), een vrucht uit Indië en Perzië afkomstig en in Zd.-Europa gekweekt. De oudste vorm in onze taal is arance, araynge, in de 16e eeuw arangie, Spaansch naranja, It. arancio. Het is ontleend aan ’t Arab. narang, Perzisch nareng. De Fr. benaming orange, orenge is reeds in de Middeleeuwen ontstaan, doordat de naam met or (= goud) in verband werd gebracht. Oorspr. was bij ons de naam aranje, maar werd in de 16e eeuw in oranje veranderd, waarschijnlijk onder den invloed van oranje3 en oranje1.

Oranje3 (kleur, ontstaande door de vermenging van geel en rood), aldus geheeten naar de kleur van goud (= or) in verband met de oranje-appels; ontleend aan ’t Fr. orange.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Oranje, Oranjeappel, Oranjeboom enz.
De Oranjeappel Heet In ’T Perz. Nârandj Of Nârang, En Het Eerste Woord, Dat De Arab. Overgenomen Hebben, Is Geworden In ’T Sp. Naranja, In ’T Venet. Naranza, In ’T Milan, Naranz, In ’T Middelgr. Νεράντζιον, In ’T Nieuwgr. Νεράντζι, In ’T Port. Laranja, In ’T Ital. Arancio. Kiliaan Schrijft Aranie-Appel; Dodonaeus (Cruydt-Boeck, P. 1329 Vgg.) Arangien, Arangieboom, Arangieappelen; In ’T Latijn Noemt Hij Den Boom Malus Anarantia, De Vrucht Malum Anerantium Of Anarantium; Maar Hij Voegt Er Bij: “Van Sommige Oock Aurantium: Van Anderen Aurengium, Nae De Goutgeele Verwe, Die De Schorssen Van Deze Appelen Hebben.” Inderdaad Is Het Woord Door Den Invloed Van Het Latijnsche Aurum Bedorven; Van Daar Het Fr. Orange, Ons Oranje.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

oranje ‘kleurnaam’ -> Schots † orenze ‘kleurnaam’; Indonesisch oranye ‘kleurnaam’; Ambons-Maleis oranya ‘kleurnaam’; Kupang-Maleis oranya ‘kleurnaam’; Menadonees oranya ‘kleurnaam’; Ternataans-Maleis oranya ‘kleurnaam’; Papiaments oraño ‘kleurnaam’; Sranantongo alanya, oranye ‘kleurnaam’.

oranje(appel) ‘sinaasappel’ -> Duits Orange ‘sinaasappel’; Shona ranyisi ‘saprijke zuidvrucht’ ; Sranantongo alanya ‘Citrus aurantium en Citrus sinensis’; Arowaks aransu ‘sinaasappel’; Surinaams-Javaans jeruk swalanyah ‘soort citrusvrucht’ .

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

blauw. In 1859 is het eerste woordenboek van het Papiaments verschenen. Een exemplaar ervan werd in 1958 teruggevonden, maar zonder titelpagina, zodat auteur, titel, uitgever en plaats en tijd van uitgave onbekend waren. Recent onderzoek echter heeft de ontbrekende gegevens opgeleverd, en in 2004 is een heruitgave van het werk verschenen onder de titel Woordenlijst der in de landstaal van Curaçao meest gebruikelijke woorden met Zamenspraken, door Bernardus Th.J. Frederiks en Jacobus J. Putman, 1859, Curaçao, Drukkerij van het vicariaat. Putman was verantwoordelijk voor het deel Zamenspraken (dialogen), dat een herdruk was van een reeds in 1853 gepubliceerd boek, terwijl Frederiks de woordenlijst had samengesteld. Op pagina 34 staat een overzicht van kleurnamen in het Papiaments en het Nederlands. Hier staan vermeld:

blankoe - wit, prétoe - zwart, koraal - rood, blaauw/azoel - blaauw, geel (heel) - geel, bérde - groen, bruin - bruin, grijs - grijs, cjinísji - aschgraauw, morá - paars, bleek - bleek.

Aan dit rijtje valt op dat een aantal Papiamentse kleurnamen ontleend is aan het Nederlands, namelijk blauw, geel, bruin, grijs en bleek. De overige namen gaan terug op het Portugees of Spaans. De genoemde Nederlandse leenwoorden komen nog steeds voor in het Papiaments, tegenwoordig op Curaçao gespeld als blou, hel, brùin, gris en blek (gris is inmiddels qua spelling aangepast aan het Spaanse gris). Blauw en geel zijn (naast rood) de primaire kleuren, kleuren dus waarvan je niet verwacht dat de namen uit een andere taal worden overgenomen. Als secundaire kleuren, die ontstaan door menging van twee primaire kleuren, gelden oranje, groen en violet. Van deze drie is de Nederlandse naam oranje door het Papiaments geleend in de vorm oraño. Tevens heeft het Papiaments ros geleend, teruggaand op roze.

Het Indonesisch heeft uit het Nederlands de kleurnamen belau 'blauw' en oranye 'oranje' geleend, en de mengkleuren lila, okér, pastél en violét. Het Sranantongo heeft geleend blaw 'blauw', breiki 'bleek', broin 'bruin', geri 'geel', grun 'groen', oranye 'oranje', persi 'paars' en misschien weti 'wit' (dat laatste kan ook uit het Engels komen; het Sranantongo is immers een Engelse creooltaal).

Nederlandse kleurnamen zijn niet alleen geëxporteerd naar de vroegere koloniën, maar ook naar enkele Europese landen. In dat geval echter beduiden ze niet een kleur, maar een specifieke záák met die kleur. Zo is in het Portugees zuarte de benaming voor een soort katoenen weefsel van zwarte kleur. Engels Bruin of bruin, uitgesproken als /broe-in/, wordt gebruikt als eigennaam ter aanduiding van de bruine beer, bijvoorbeeld: 'During the autumn Bruin may not unfrequently be seen near the vineyards' (in de herfst kan men regelmatig Bruin(tje) tegenkomen in de buurt van de wijngaarden). Het Engels heeft dit woord al in de tweede helft van de vijftiende eeuw overgenomen; het gaat terug op Bruin de Beer, de naam van de beer in het dertiende-eeuwse dierenepos Van den vos Reinaerde. Dit dierenepos is in veel talen vertaald, waaronder het Engels. De naam Bruin wordt ook wel gegeven aan een bruingekleurd huisdier, zoals een abessijn.

Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat kleurnamen van de ene taal in de andere worden overgenomen: kleuren zijn toch universeel, dus iedere taal zal daarvoor toch wel een eigen benaming bezitten? Toch blijkt dat juist kleurnamen zeer regelmatig zijn geleend van de ene taal in de andere, kennelijk omdat de brontaal kleurnuances onderscheidde die tot dan niet voorkwamen in de ontlenende taal. Zo zijn de Germaanse namen voor kleuren die in de Nederlandse woorden blank, bruin, grijs en vaal zijn blijven voortleven, overgenomen door het vulgair Latijn en vandaar in de Romaanse talen. Waarschijnlijk duidden de Germaanse soldaten met deze namen de kleur van hun paarden aan; in ieder geval verwezen ze naar kleurnuances die voordien bij de Romeinen geen benaming hadden. In het Frans vinden we de Germaanse woorden terug als blanc, brun, gris en fauve. De Romeinen hebben ook het woord voor de typische haarkleur van de Germanen overgenomen, namelijk 'blond', dat in het Frans blond is geworden en in het Nederlands weer is teruggeleend. Het Nederlandse blond is op zijn beurt geleend door het Papiaments als blònt.

In een latere periode heeft het Nederlands allerlei kleurnamen ontleend aan het Frans, die kennelijk tinten aanduidden die tot dan bij ons onbenoemd waren, of die in een bepaalde periode in de mode raakten: in de dertiende eeuw de namen oranje, paars, scharlaken en violet, in de veertiende eeuw azuur en vermiljoen, in de vijftiende eeuw roze, in de zestiende eeuw oker, in de zeventiende eeuw tur­koois, in de achttiende eeuw pastel, en in de negentiende eeuw beige en lila. Een deel van deze geleende namen hebben we vervolgens weer uitgeleend aan andere talen, zo bleek hierboven. Uit de dateringen blijkt dat de kleurnamen niet allemaal tegelijk zijn geleend, maar geleidelijk naarmate het kleurenpalet, ook in het Frans, zich uitbreidde. Ongetwijfeld heeft de internationaal georiënteerde schilderkunst een belangrijke rol gespeeld bij de overname van de kleurnamen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oranje kleurnaam 1282 [CG I Brugge] <Frans

oranje(appel) sinaasappel 1534 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut