Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opzet - (bedoeling, plan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

opzet zn. ‘bedoeling, plan’
Mnl. opset ‘plan, bedoeling, voornemen’ [1340-60; MNW-P]; vnnl. sonder malitie oft quaet opsette ‘zonder slechte bedoelingen’ [1555; Damhouder].
Afleiding van opzetten in de betekenis ‘ondernemen, op touw zetten’, zoals in der ... reyse die mijn here opgheset hadde jeghens die Vriesen ‘de veldtocht die mijn heer op touw had gezet tegen de Friezen’ [1343-45; MNW], gevormd uit → op en → zetten.
Het zn. opzet heeft van oudsher vooral de betekenissen ‘voornemen, bedoeling, beraamd plan’, en meer in het bijzonder ‘boosaardig plan’.
opzettelijk bn. ‘met opzet, moedwillig, met voorbedachten rade’. Vnnl. Gemaecte opsettelijc banckeroetije ‘opzettelijk veroorzaakt faillissement’ [1567; WNT waarachtig I]. Afleiding van opzet.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opzet ‘beraming, bedoeling, voorgenomen plan’ -> Zweeds uppsåt ‘beraming, bedoeling, voorgenomen plan’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut