Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opstal - (wat boven de grond gebouwd is)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opstal* [wat boven de grond gebouwd is] {1652-1662, vgl. opstal [onbebouwde grond] 1284} van opstellen dat in het middelnl. ‘oprichten, stichten, instellen’ betekende.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

opstal znw. m. ‘het boven de grond gebouwde’, maar mnl. opstal m. o. ´opstand; pacht; onbebouwd erf, gemeenteweide; strook langs een water’. Het woord hoort thuis in Vlaanderen, Brabant, Antwerpen, Holland en Friesland, vgl. de Upstallsbom bij Aurich ‘plaats van het bondsgerecht bij de Friezen’, waarin opstal nog de bet. ´opgeworpen oeverstrook’ had.

Het woord opstal is met nl. kolonisten ook verbreid naar het Oostelbische gebied, vgl. Teuchert Sprachreste 197-201 met kaart.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† opstal znw. Mnl. opstal m. o. o.a. = ‘onbebouwd erf, onbebouwde grond’. Doordat men in dit woord een samenst. voelde van op en stal in bett. als ‘dat wat staat, stelling, kraam’, kan de tegenwoordige bet. zijn opgekomen; vgl. de soortgelijke jongere bet. van opstand.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

opstal m. (gerechtsplaats), verbaalabstr. van opstellen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

opstal s.nw.
1. Plaashuis. 2. (kollektief) Plaashuis met al die buitegeboue.
Uit Ndl. opstal (1661). In Mnl. het opstal die bet. 'die onbeboude grond' gehad. Omdat dit aangevoel is as 'n samestelling van op en stal, 'n woord wat verband hou met staan, het die bet. 'dit wat staan' ontwikkel.
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1809).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opstal ‘wat boven de grond gebouwd is’ -> Duits dialect Upstall, Ubstal, Uppestal, Hoppstall ‘hoger gelegen land aan het water’; Deens opstalt ‘façadetekening’; Zuid-Afrikaans-Engels opstal, upstall ‘wat boven de grond gebouwd is’; Indonesisch opstal ‘wat boven de grond gebouwd is’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opstal* wat boven de grond gebouwd is 1652-1662 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut