Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opsluiten - (in een afgesloten ruimte plaatsen)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

opsluit bw.
Sonder uitstel, beslis.
Uit verouderde Ndl. opsluit (17de eeu), gewestelik nog bekend in Gronings in die vorm opsluut. Ndl. opsluit het uit absoluut ontstaan. Eerste optekening in Afr. in 1845 (Scholtz 1965: 124).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

opsluit I: ww., toesluit (bv. in gevangenis, kamer); Ndl. opsluiten (Mnl. opsluten) uit op + sluiten, wat verb. hou m. slot, sleutel, ens.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opsluiten ‘in een afgesloten ruimte plaatsen’ -> Negerhollands slot op ‘in een afgesloten ruimte plaatsen’.

Hosted by Meertens Instituut