Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opruien - (ophitsen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opruien* [ophitsen] {opgeruydt [opgewekt, aangespoord] 1551-1600} van op + middelnederlands ru(y)den [van onkruid en waterplanten zuiveren], middelnederduits ruden, opruden [idem], vgl. hd. iteratief rütteln; behoort bij rooien2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

opruien ww. sedert eind der 16de eeuw uit een ouder opruiden ‘opwoeien; in opstand brengen’. Men kan uitgaan van mnl. rûden, mnd. rūden, oprūden ‘een water van planten reinigen’, vgl. ook nhd. rütteln, mhd. rütten ‘schudden’. — Deze woorden behoren verder tot de groep van rooien.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

opruien ww., vroeger opruiden. Sedert eind l6. eeuw. oudnnl. ook in letterlijke bet. “opwoelen”. Het simplex is wsch. mnl. rûden ( dial. nog voorkomend) “een water reinigen van planten”. In gelijke bet. mnd. rûden, up-rûden. Deze ww. benevens mhd. (nhd.) rütte(l)n “schudden” (trans.) kunnen germ. χr- hebben en met lit. krutù, krutė́ti “zich roeren” verwant zijn. Ook riet en on. hraustr “vlug, sterk, moedig” zouden hierbij kunnen hooren. Was de anlaut germ. r-, vgl. dan rooien II; dit is waarschijnlijker.

[Aanvullingen en Verbeteringen] opruien. Bij lit. kruté̇ti mogelijk russ. krot, serv. čech. krt “mol”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

opruien o.w., bij Kil. oproeyen, oproeden, een samenst. met rooien = rukken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

oprui ww.
'n Gevoel van ontevredenheid of onrus veroorsaak, opsweep.
Uit Ndl. opruien (1551 - 1600). Die tweede lid van die oorspr. samestelling was die Mnl. ww. ru(y)den 'van onkruid en waterplante suiwer' waaruit die fig. toepassing 'ander sake in herinnering roep', waaruit 'aanspoor, sluimerende kragte opwek'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opruien* ophitsen 1551-1600 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut