Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opril - (hellende weg tegen een dijk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opril [hellende weg naar kruin van dijk] {aprel 1263} volksetymologische verbastering o.i.v. op < frans appareil(le) [opril aan de wallen voor kanonnen], teruggaand op latijn apparare [voorbereiden, gereedmaken], van ad [naar, tot] + parare [voorbereiden, gereedmaken] (vgl. apparaat).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

opril, oprel, operel, opereel znw. m., ‘schuin oplopende weg om de kruin van een dijk te bereiken’ is onder invloed van op vervormd uit april < fra. appareil, appareille, afl. van appareiller ‘toebereiden’ < vulg. lat. *adpariculare.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

opril znw., nog niet bij Kil. Door volksetymologie vervormd uit april, het overgenomene fr. appareil, appareille “helling, oprit” (van appareiller > lat. *appariculâre).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

april 1 m. (plan incliné), gelijk Hgd. apparelle, uit Fr. appareille met dezelfde bet.; is stam van appareiller = gelijke dingen bijeenzetten, schikken, gevormd met ad en pareil = gelijk (Mlat. pariculus van Lat. par = gelijk: z. paar). Door volksetymologie werd april in verband gebracht met oprijden en vervormd tot opril, hetgeen door tegenstelling afril in ’t leven riep.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

opril (van Frans appareille)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Opril, ook oprel, en andere vormen, = helling, oploopende weg. Een merkwaardig voorbeeld van wat volksetymologie vermag. Uit het fra. appareil ontstond het woord april voor een aangelegde schuinte, gelijkmaking; door het denken aan op(rijden) werd de a in o veranderd en sprak men van een opril of oprel; eens zoover zijnde vormde men daarnaast voor afloopende helling een woord afril.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut