Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opperen - (als opperman werkzaam zijn)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

opperen 2 ww. ‘als opperman werkzaam zijn’, mnl. opperen, upperen, ouder ōperen is een vroege ontlening ín de Romeinse tijd (in verband met de destijds ingevoerde steenbouw) < lat. operāri, dat in het Nederrijnse gebied werd overgenomen (zie Th. Frings, Germ. Rom. 1932, 112 vlgg). — Zie ook: opperman.

Voor een andere ontlening van hetzelfde lat. ww. operāri zie bij offeren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

opperen 3 ono.w. (handlangersdienst doen), wel hetz. als opperen 2. Van hier opperman. Minder waarschijnlijk is hun afl. uit Lat. operari, operarius.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Opperen (werk van een opperman verrichten) is verwant met oefenen (z. d. w.) = dus werken, verrichten; vgl. Hooft: „De geenen, die aen het voltoijen der vrijheit hebben geopperd (medegewerkt).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut