Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opperen - (voorstellen, suggereren; stapelen van hooi, graan e.d.)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

opperen ww. ‘voorstellen, suggereren’
Vnnl. opperen ‘ter sprake brengen’ in Het niewe van de straet ... Te hooren opperen, door een bedientes mond ‘het nieuws van de straat, te horen vertellen door een bediende’ [1683; WNT bediende]; nnl. Toen hy eyndelyk alles geoppert had wat hy van die stoffe wist [1733; WNT], ‘voorstellen’ in het opperen van de voorgemelde belastingen [1784; WNT werkeloos].
Afleiding van → op. Wrsch. moet men hier denken aan de functie van op in uitdrukkingen als zeg op ‘zeg het maar’ en vertel maar op ‘id.’ en in werkwoorden als oplezen ‘voorlezen’, opzeggen (een gedicht), opbiechten.
Er is één geïsoleerde vindplaats bekend van mnl. uppen (met umlaut uit Proto-Germaans *up-jan-) ‘ter sprake brengen’ [1265-70; VMNW]. Hier zou opperen een frequentatieve afleiding van kunnen zijn (NEW, EDale), maar dat is gezien de kloof tussen de dateringen onwaarschijnlijk.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opperen* [te berde brengen] {1733} iteratief van middelnederlands oppen, uppen [openbaren] {ca. 1280} van uppe, op [op] (vgl. op).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

opperen 1 ww. ‘in de hoogte brengen; te berde brengen’, mnl. opperen ‘op hopen zetten van koren’ kan een iteratief zijn van mnl. oppen, uppen ‘openbaren, meedelen’, mnd. uppen ‘meedelen, weer beginnen met’, ohd. ūffen ‘meedelen, bekend maken’, ūffōn ‘op hopen brengen’, ūffinōn ‘meedelen’, oe. yppan, uppan ‘proferre’, uppian ‘zich verheffen’, on. yppa ‘openen, opheffen, meedelen’; een afl. van op, evenals innen van in en uiten van uit.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

opper III (hooistapel), laat-mnl. opper (m. v. o.?). De dial. vormen hopper (Zuidholl.) en hooper (Zaansch) zijn jonger. Wsch. gevormd van het ww. opperen, dat reeds mnl. voorkomt met de bet. “op hoopen zetten” en dat in al zijn bett. (behalve = “oppermanswerk doen”; zie opperman) bij op behoort, evenals mnl. oppen, uppen “meedeelen, beschrijven”, ohd. ûffen “promere, vulgare”, ûffinôn “expromere”, ûffôn “coacervare”, mnd. uppen “meedeelen, weer beginnen met”, ags. yppan (uppan) “proferre”, uppian “zich verheffen”, on. yppa “openen, opheffen, bekendmaken”. Vgl. innen, uiten en voor den vorm op -ren ook herinneren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

opperen 1 o.w. (voor den dag brengen), denom. van opper 3.

opperen 2 o.w. (aan oppers zetten), denom. van opper 1.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Opperen (gedachten, bedenkingen opperen), van op of opper: op, omhoog, voor den dag brengen (vgl. uiten: uit brengen; herinneren: in brengen).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opperen ‘het gemaaide gras bijeenharken en op hopen zetten op het land’ -> Duits dialect oppern ‘het gemaaide gras bijeenharken en op hopen zetten op het land’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opperen* te berde brengen 1733 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut