Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oppasser - (iemand die op iets of iemand let; (Surinaams-Nederlands) verpleger, broeder)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

op’passer (de, -s), verpleger, broeder. Het onderzoek is streng. De dokter en de oppassers schreeuwen en ze moeten al hun kleren, voor sommigen met geweld, uittrekken (Ferner 1968: 36). - Etym.: In AN veroud. - Zie ook: oppie*; Broeder*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

oppas(ser) ‘iemand die op iets of iemand let; (Surinaams-Nederlands) verpleger, broeder’ -> Indonesisch opas, upas ‘bode, bewaker; politieagent’; Atjehnees upaih ‘oppasser, bode, politieagent’ ; Boeginees ôpasá ‘iemand die op iets of iemand let’; Jakartaans-Maleis opas, upas ‘bewaker, politieagent’; Javaans upas ‘toezichthouder, bode, oppasser’; Keiëes upas ‘officiële loopjongen van een ambtenaar, politieoppasser’; Kupang-Maleis opas ‘politieoppasser’; Madoerees opas ‘leidinggevende op een kantoor, vaste bode’; Makassaars ôpasá ‘iemand die op iets of iemand let’; Minangkabaus upeh ‘oppasser, bewaker, agent’; Muna pasi ‘paleiswacht’; Nias ufasi ‘iemand die op iets of iemand let’; Sasaks opas ‘oppasser, politieagent’; Soendanees upas ‘oppasser’; Petjoh oppas ‘ordonnans’ ; Negerhollands oppasser ‘iemand die op iets of iemand let’; Surinaams-Javaans paser ‘verpleger, broeder’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut