Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opfokken - (fokken)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

opfok ww. (plat)
1. Opfoeter (opfoeter 1, 3 en 5). 2. Opmors (opmors 1).
Wsk. uit op en fok, as leenvertaling van Eng. fuck up (1929 in bet. 2), of minder wsk. uit Ndl. opfokken (1855 - 1869) 'vee teel'.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

op’fokken (fokte op, heeft opgefokt), 1. tegenwerken, dwarsbomen. Ga ’em nie proberen op te fokken of te moeilijken*, wanneer hij buiten dat soort redevoering, zich opsluit - de hele dag zo - in zijn ruimte die hij kamer noemt (Cairo 1979: 7). - 2. voor de gek houden, ’belazeren’. We voelden ons na zulke reprimandes altijd enigszins opgefokt, maar al gauw sloegen we terug (Rappa 1981: 84). - 3. bedriegen, ’belazeren’. Je kan gewoon geen kommissie noemen waar één van ze niet in zit en ze hebben allemaal een ridderorde. Tot nu toe fokken ze dat land nog op (Dobru 1969: 11). - Etym.: Vgl. Am. to fuck up = 1. Vgl. veroud. AN fokken met = o.m. spotten met (WNT 1920). In hedendaags gemeenz. AN bet. o.: kunstmatig opdrijven i.h.a., opvoeren (motor). - Zie ook: fokop*, opgefokt*, spelen*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

opfokken (Engels to fuck up)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opfokken ‘fokken’ -> Fries opfokke ‘fokken’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut