Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opereren - (te werk gaan; een geneeskundige ingreep verrichten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

opereren ww. ‘te werk gaan; een geneeskundige ingreep verrichten’
Vnnl. opereeren ‘te werk gaan, verrichten, uitwerking hebben’ in ghelijck eenen costelicken dranck oft recepte weerct ende opereert ‘zoals een voortreffelijk drankje of medicijn werkt en resultaat geeft’ [1566; WNT], tegens hem opereert ‘in zijn nadeel werkt’ [1570; WNT turbel I]; nnl. opereren ‘een geneeskundige ingreep verrichten’ in aan R. wierdt het regter oog geopereerd [1761; Vad.lett., 37], ‘militaire manoeuvres uitvoeren’ in de hoofdmacht opereerde meer zuidwaarts [1888; WNT].
Ontleend, al dan niet via Oudfrans operer ‘een geneeskundige ingreep verrichten’ [1559; TLF], eerder al ‘uitvoeren, verrichten’ [eind 14e eeuw; TLF] (Nieuwfrans opérer), aan Latijn operārī ‘werken, verrichten’, een afleiding van opera ‘verrichting, prestatie’, zie → opera.
operatie zn. ‘verrichting; geneeskundige ingreep; legerbeweging’. Vnnl. operatie ‘werking, uitwerking’ in hebben sij dieselue cracht ende operatie ‘hebben zij (zekere kruiden) dezelfde kracht en werking’ [1543; WNT week II], ‘geneeskundige ingreep’ in een operatie tot het bloedt ‘een bloedige ingreep’ [1602; WNT aderlaten], steensnijden, breucksnijden ... mitsgaders ... diergelijcke operatien ‘het verwijderen van stenen, verhelpen van breuken, en dergelijke ingrepen’ [1637; WNT], ‘werking’ in van wat operatie sulx soude zijn ‘hoe dat (schip) zou functioneren’ [1657; WNT afwachten]; nnl. operatie ‘berekende handeling of reeks handelingen’ in finantiëele operatiën [1797; WNT wiel I], ‘militaire manoeuvre’ in de operatiën onzer eigene troepen [1834; WNT voorliggen I], ook ‘onderneming’ in het was een hele operatie om de kantoorinventaris in één dag te verhuizen [1974; Koenen]. Ontleend via Frans opération ‘berekende reeks handelingen’ [1770; TLF], eerder ook al operation ‘militaire manoeuvre’ [1701; TLF], ‘geneeskundige ingreep’ [1314; TLF] en ‘activiteit’ [eind 13e eeuw; TLF], aan Latijn operātiō ‘verrichting’, een afleiding van operārī ‘werken, verrichten’, zie hierboven.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opereren [te werk gaan, een operatie verrichten] {ca. 1570 in de betekenis ‘rekenen, een rekenprocedure uitoefenen’; de betekenis ‘werken’ 1669; de medische betekenis 1805} < frans opérer [idem] < latijn operari [bezig zijn met, werken aan, verrichten, bewerken], van opera [moeite, bemoeiing, werk(zaamheid)] of opus (2e nv. operis) [werk] (vgl. opus).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† opere[e]ren ww., sedert Kil. (= ‘operari’). Uit fr. opérer en/of lat. operâri. Als heelkundige term wsch. later opnieuw aan het Fr. ontleend.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opereren te werk gaan 1669 [MEY] <Frans

opereren een operatie verrichten 1805 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal