Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opdonderen - (ophoepelen; uitbulderen)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

opdonderen

De enige betekenis die opdonderen in het Nederlands nog heeft is: weggaan. Men zegt tegen iemand: donder op en bedoelt dan dat men op zijn gezelschap geenszins meer gesteld is. Maar in vroeger tijd was opdonderen een werkwoord dat in keurige conversatie en in geschreven taal kon worden gebruikt. Letterlijk betekende het: beginnen te donderen, een donderend geluid laten horen, bulderen (van geschut). Daarna werd de gewone betekenis: even plotseling en onverwachts komen opdagen als een donderbui, opeens te voorschijn komen. Vondel laat Lucifer zeggen: Ick koome uit den zwavelpoel opdondren van beneên. Dat opdonderen nu in zulk een afwijkende betekenis gebruikt wordt, is waarschijnlijk naar het voorbeeld van werkwoorden als opschieten, ophoepelen en dergelijke.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

opdonder ww. (plat)
1. Slaan, 'n pak gee, of swaar laat kry. 2. Skade laat opdoen, veral deur onverskillig te werk te gaan.
Uit Ndl. opdonderen. Die meer alg. bet. van Ndl. opdonderen is 'uitbulder, maak dat 'n mens wegkom', en die bet. 'slaan', volgens die WNT 'in de straattaal gebruikelijk', is 'bij schrijwers niet aangetreffen'. Die Ndl. s.nw. opdonder 'klap, vuisslag' is van Ndl. opdonderen in die bg. bet. afgelei na analogie van sinonieme s.nw.

opdons ww. (geselstaal; eufemisties)
1. Opfoeter (opfoeter 1, 3, 4 en 5). 2. Opmors (opmors 1).
Vervorm uit opdonder, of samestelling van op en dons, met op in die bet. 'stukkend' en dons omdat die manier waarop 'n mens iemand opfoeter of iets opmors herinner aan die manier waarop jy 'n donsgevulde kussing klap en slaan om dit weer op te pof.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

op’donderen (donderde op, heeft opgedonderd), 1. eruit zetten, smijten; wegwerken. Hoe dikwijls had ze Agatha niet gewaarschuwd om die vent op te donderen (Vianen 1972: 38). - 2. ontslaan. Iemand heeft uitgerekend dat hij de 48ste minister is geweest, die sedert 25 februari 1980 werd opgedonderd () (WS 5-10-1985). - Etym.: AN o. (onoverg., grof woord) = weggaan. - Syn. van 1 opduvelen*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

opdonder: slae gee; Ndl. opdonderen ook in Afr. bet. bek., maar blb. minder gebr., andersyds in 17e eeu en dikw. by vRieb in bet. “bo die gesigseinder te voorskyn kom” (veral v. skepe gesê).

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

opdonderen. De gebiedende wijs van dit werkwoord vinden wij vaak in de vulgaire verwensing donder op! Voor het hedendaagse taalgevoel lijkt ze minder kwetsend dan het gelijkbetekenende duvel op, flikker op, lazer op, sodemieter op! Vaak komt donder op! voor in de ritmische opsommende verwensing verrek, verrot, verteer, donder op en lazer neer! De verwensing wordt gebruikt in geval van verontwaardiging, boosheid, woede. De verwenser wil een aangesprokene zijn wil opleggen, vandaar de gebiedende wijs. Een scholier uit Leiden zegt te gebruiken donder op met bliksem in je strot! De emotionele betekenis duidt op minachting. In Voorhout blijkt men met binnenrijm te verwensen: donder op en teer maar neer!barsten, kippenkoorts, krijgen, neerlazeren, stikken, verrotten, verteren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opdonderen ‘ophoepelen; uitbulderen’ -> Zuid-Afrikaans-Engels donner (up, op) ‘op zijn donder geven’ ; Papiaments dònder òp ‘ophoepelen, een flinke schrobbering geven, zich wegpakken, uitbulderen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut