Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

opdoeken - (opheffen, buiten gebruik stellen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

opdoeken* [opheffen, buiten gebruik stellen] {1671, ouder in de betekenis ‘zeilen bijeenbinden’ 1895} is ontleend aan de zeilvaart. Het betekent eig. het zeil in brede stroken samenvouwen en opbinden bij het eind van de tocht.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

opdoeken ‘opheffen, buiten gebruik stellen’ -> Deens opduge ‘het zeil opdoeken, oprollen’; Noors oppduke ‘het zeil opdoeken, oprollen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

opdoeken* opheffen, buiten gebruik stellen 1671 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1488. Zijne matten oprollen,

d.i. weggaan, zijne biezen pakken, ‘opduwen’ (18de eeuw), opdoeken, opkramen, indoeken (Opprel, 61), de mars slaan (Sewel, 478). Voor de verklaring dezer uitdr., die o.a. voorkomt in V. Janus, 3, 181 zullen we moeten denken aan vloermatten of wel aan de matten, die rondreizende kunstenaars op den grond leggen om er hunne kunsten op te vertoonen, voor welke meening kan pleiten het Westvl. zijne schilderij oprollen en elders gaan zingen, vertrekken, heengaan, zijne matten oprollen (Schuerm. 589 b). Zie verder no. 229; Schuerm. 366 b; Joos, 88; Antw. Idiot. 1890; Ndl. Wdb. IX, 299; XI, 1136; XIII, 956; Nkr. II, 6 Sept. p. 3; VII, 8 Febr. p. 2; VIII, 5 Sept. p. 2: De aderlating zal het oude Europa zoo geweldig opgefrischt hebben, dat Uncle Sam zijn matten voortaan wel zal kunnen oprollen; De Tijd, 31 Jan. 1914, 2de bl. p. 1 k. 1: Heel de regeering rolt haar matten op, als protest tegen de uitspraak van den krijgsraad; Het Volk, 28 Oct. 1913, p. 1 k. 2: Die man is gesignaleerd. Als de christenen ooit weer wat te zeggen krijgen in de politek, kan hij zijn matten wel oprollen; 22 Oct. 1913, p. 5, k 2: Rolt nu uw matten maar, o booze socialisten; Handelsblad, 1 Oct. 1914, p. 1 k. 4 (avondbl.): Men heeft thans het onwrikbaar vertrouwen dat de Russen wel hun matten kunnen oprollen. Syn. zijne kousen oprollen (Harreb. I, 444 b). In het fri. de mâtten oprolje.

1718. Opdoeken,

d.w.z. in eig. zin de zeilen opdoeken, nd. auftuchenKluge, Seemanssprache, 41.; deze in breede vouwen neerleggen en daarna in de onderste dier plooien stijf oprollen en met kabelgarens bijeenbinden; daarna iets opheffen; afschaffen en met verzwegen object van personen: weggaan, uitrukken, opkramen (17de eeuw), mnl. cramen, eig. gezegd van een koopman, die zijne kraam opbreekt. Zie no. 229; Ndl. Wdb. VIII, 79; XI, 431; 948; Het Volk, 9 Dec. 1913, p. 2 k. 3; Bergsma, 91.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut