Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-oom - (achtervoegsel ter aanduiding van een gezwel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-oom, -oma [achtervoegsel ter aanduiding van een gezwel] {in bv. sarcoma 1604, trachoom [oogziekte] 1886} < grieks -ōma, van , de verlengde stamklinker van werkwoorden op -oun + -ma, waarop onzijdige zn. van de 3e declinatie eindigen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-oma (Grieks -ōma)
-oom (Grieks -ōma)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut