Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oogst - (inzameling van gewassen, opbrengst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

oogst zn. ‘inzameling van gewassen, opbrengst’
Mnl. ogest, oust ‘oogstmaand, oogst’ in te halve oust ‘midden augustus’ [1236; VMNW], ogest ‘het oogsten, opbrengst van het oogsten’ [1240; Bern.], na den ersten oust ‘na de eerste oogst’ [1260; VMNW], saedtijt, oest ‘zaaitijd, oogsttijd’ [1285; CG II], van mijns heren sgraven tiende ... van den ogheste ‘vanwege de belasting van mijn heer de graaf over de oogst’ [1339-45; MNW]; vnnl. oogst, oegst ook meer in het algemeen ‘opbrengst, het resultaat van arbeid of moeite’ in syn gouden oeghst ‘zijn rijke inkomsten’ [1625; WNT].
Ontleend aan de Latijnse maandnaam augustus, zie verder → augustus. Oogst is dus oorspr. de naam van de maand waarin geoogst wordt en ging bij overdracht ‘de handeling van het oogsten’, ‘het te oogsten gewas’ en ‘de opbrengst van het oogsten’ betekenen. De variant mnl. oust is ontleend via Oudfrans aoust, aust [1100-50; TLF] (Nieuwfrans août), ontwikkeld uit Latijn augustus.
oogsten ‘inzamelen van gewassen’. Mnl. ogsten [1240; Bern.], sine saijen nit noch sine ogsten nit ‘zij zaaien niet en zij oogsten niet’ [1291-1300; VMNW]. Afleiding van oogst.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

oogst [het inzamelen van gewassen] {o(e)gest [oogst] 1201-1250, oeghstmaent 1278} middelnederlands o(e)gest betekende zowel ‘oogst’ als ‘maand’; oogst is dus naar de maand genoemd. Oogstmaand is dus lett. augustusmaand.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

oogst znw. m., mnl. ôghest, oogst, oochst m. is evenals ohd. augusto, agusto (nhd. dial. augst, aust ‘oogstʼ) uit de lat. maandnaam Augustus, die in het vulg. lat. Agustus heette, overgenomen. Daaruit werden ook ontleend got. Agustus, ohd. Agusto. Dit leidde in het fra. tot de vorm aoust. De bet. ‘oogstʼ vinden wij alleen in het noordfra. (vgl. ofra. aoster ‘oogstenʼ) en werd alleen in het Nederrijnse gebied overgenomen, terwijl de maandnaam over geheel Midden- en Neder-Duitsland doordrong (Th. Frings Germ. Rom. 1932, 164-165).

De huidige naam Augustus is een nieuwe ontlening aan het Latijn. — Maar ook het franse aoust werd overgenomen en wel als mnl. oest, oust, vgl. nnl.dial. oest (zoals half-oest ‘15 Augustusʼ in Aardenburg). De mnl. vorm oeghest is een contaminatie van oest en ôghest. — De zuidnl. vorm oost (Antwerps, Westbrab.) zijn met kolonisten overgebracht naar de Mark, waar in het Z. oost, in het N. aust voorkomt (Teuchert Sprachreste 234-5, die de vorm aust verklaart door invloed van de maandnaam).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

oogst znw., mnl. ôghest, oogst, oochst m. “Augustus, oogst”. Evenals ohd. augusto, mhd. oug(e)st(e), mnd. ou(we)st, ôst m. “Augustus, oogst” uit lat. Augustus. Ndl. Augustus is een nnl. ontl. hiervan, terwijl de dial. vorm oest “oogst, Augustus” (Aardenburg half-oest “15 Aug.”), mnl. oest, oust m. “id.” op ofr. aoust (< vulgairlat. Agustus; fr. août) teruggaat. Mnl. oeghest is een contaminatievorm.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

oogst. Op vulg.-lat. agustus berust ook ohd. agusto, got. agustus.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

oegst m., onder invloed van oogst (z.d.w.), uit oest, rechtstreeks van Ofra. aoust.

oogst m., Mnl. oghest, gelijk Ohd. augusto (Mhd. ougest), uit Lat. augustum (-us), naam der maand augustus (z.d.w. en voor den opgeschoven klemtoon, vergel. aalrups).

oegst m., onder invloed van oogst (z.d.w.), uit oest, rechtstreeks van Ofra. aoust.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

ougs (zn.) oogst; Vreugmiddelnederlands ogest <1236>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1oes s.nw.
Ryp gewasse of vrugte wat ingesamel is.
Uit Ndl., gewestelik in Seeland in die vorm oest.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

oes I: s.nw. en ww., insamel(ing) v. gesaaides/vrugte; opbrings v. vee (bv. lammeroes); Ndl. oogst (Mnl. ōghest/oochst/oogst, dial. Ndl. oest), Fr. août (ouer aoust) uit Ll. Agustus uit Lat. Augustus, d. naam v. d. maand waarmee d. ou Rom. jaar begin het; by vRieb oegst, vgl. Kloe HGA 206, 305.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

oogst (Latijn augustus)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Oogst, van ’t Lat. Augustus, den naam der maand, aldus genoemd naar keizer Augustus, die in deze maand (voorheen Sextilis = de zesde, geheeten) geboren was. – Augustus komt van den Idg. stam aug = vermeerderen; zoo luidde de titel van den Duitschen keizer: semper augustus: altijd vermeerderaar des Rijks. Zie: Ook. Oogst was oorspr. bij ons de maand Augustus (nog spreken de Vlamingen van bijv.: den 10den Oogst), later als de tijd, waarin de te veld staande gewassen werden binnengehaald, bijv.: „Die zijn oogst (d.i. den oogsttijd) laat voorbijgaan, betreurt zijn dwaasheid”. Vervolgens ook het rijpgeworden te veld staande gewas zelf: den oogst binnenhalen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

oogst ‘het inzamelen van gewassen’ -> Duits dialect Aust, Oost, Ost ‘(tabaks)oogst, het inzamelen van gewassen’; Negerhollands oogst ‘het inzamelen van gewassen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oogst het inzamelen van gewassen 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut