Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oogappel - (zichtbaar deel van het regelboogvlies; lieveling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

oogappel zn. ‘zichtbaar deel van het regelboogvlies; lieveling’
Mnl. oge appel ‘pupil’ [1240; Bern.], ‘oogappel’ in den oge appel dat es dat brune dat ront es ‘... dat is het bruine dat rond is’ [1351; MNW-R]; vnnl. hy beschudde hem ghelijck enen oochappele ‘hij beschouwde hem als zijn oogappel’ [1688; Liesveldt, Deut. 32:10].
Samenstelling van → oog en → appel 1, naar de ronde vorm. Overdrachtelijk wordt de oogappel voorgesteld als het dierbaarste wat men bezit. Dit gebruik heeft zijn oorsprong in enkele bijbelpassages en is later in de algemene taal doorgedrongen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

oogappel

De oogappel is het cirkelvormige gedeelte van het regenboogvlies met de pupil in het midden. Dat wij de oogappel beschouwen als het dierbaarste wat de mens bezit, is begrijpelijk. Men vindt deze gedachte herhaaldelijk in de Bijbel uitgedrukt. ‘Die ulieden aenraeckt, die raeckt des Heeren ooghappel aen’, leest men in Zacharias 2:8. Iemand bewaren of bewaken als zijn oogappel is eveneens een aan de Bijbel ontleende zegswijze. Later zei men ook: iemand liefhebben als zijn oogappel en als gevolg van deze vergelijking ging men ook de geliefde persoon zelf zijn oogappel noemen. ‘Hij was mijn oogappel’, zegt in de Camera Obscura mevrouw Marrison – die men ten onrechte dikwijls Grootmoeder Kegge noemt – van haar kleinzoon William.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1oogappel s.nw.
1. (ongewoon) Oogbol. 2. Pupil.
Uit Ndl. oogappel (Mnl. ogeappel), 'n samestelling van oog 'sigbare gedeelte van die oogbol' en appel 'oogbol, pupil'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Augapfel (12de eeu).
Vgl. Eng. eye-apple (in bet. 1), apple of the eye (in bet. 1 en 2).

2oogappel s.nw.
1. (ongewoon) Kosbaarste skat. 2. Besondere liefling.
Uit Ndl. oogappel (eers in Die Bybel, waarna 1623 in bet. 1, eers in Die Bybel, waarna 1642 in bet. 2), wsk. so genoem omdat 'n kosbare skat of 'n besondere liefling so waardevol soos sig is.
D. Augapfel (12de eeu).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

oogappel ‘oogbol’ -> Deens øjeæble ‘oogbol’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors øyeeple ‘oogbol’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oogappel* lieveling 1637 [WNT]

oogappel* pupil 1776 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1697. Oogappel.

In den Bijbel wordt de oogappel voorgesteld als het dierbaarste wat men bezit; vgl. Zach. 2, 8: Die u-lieden aenraeckt, die raeckt sijnen (des Heeren) oogh-appel aen. Vandaar uitdrukkingen als iemand bewaren, bewaken, beminnen als zijn oogappel; zie Deut. 32, 10: Hy voerde hem rontomme, hy onderwees hem, hy bewaerde hem, als sijnen oogen-appel. Als gevolg van zulke vergelijkingen wordt de door iemand geliefde persoon zelf zijn oogappel genoemd; fri. eagappel(tsje). Zie Ndl. Wdb. X. 2291; J.v.d. Veen, Zinnebeelden, 't Achttiende zinne-beeldt: Want als zijn oogh bewaert hij 't; Halma, 450: Iemand zoo lief als zijn oogappel hebben, aimer quelqu'un comme la prunelle de son oeil; vgl. nhd. Augenstern; no. 101; Ndl. Wdb. X, 2252; Leuv. Bijdr. X, 218; Palamedes, 948; Villiers 91.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut