Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

onzijdig - (neutraal)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

onzijdig* [neutraal] {1631 in de betekenis ‘neutraal’; als grammaticale term 1706} in de betekenis ‘neutraal’ als vernederlandsing van onpartijdig, als grammaticale term bedacht door de taalkundige Arnold Moonen in zijn Nederduytsche Spraekkunst (1706), ter weergave van neutrum.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

onzijdig bnw., komt in de 17de eeuw op naast en misschien als vernederlandsing van onpartijdig. Als grammaticale term ter vertaling van neutrum sedert Moonen (1706).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

onzijdig bnw. In de 17. eeuw opgekomen, wsch. als vernederlandsching van onpartijdig. Als grammaticaterm sedert Moonen (1706); vroeger generley (reeds 1585), als vert. van lat. neutrum.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

onsydig b.nw.
1. Neutraal, onbevooroordeeld. 2. (taalkunde) Nie manlike of vroulike woordgeslag nie.
Uit Ndl. onzijdig (1631 in bet. 1, 1706 in bet. 2), in bet. 1 wsk. na analogie van onpartijdig gevorm, en in bet. 2 is dit deur die taalkundige Moonen vir die Latyn neutrum gebruik.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

onsydig: 1. neutraal; 2. nie manlik of vroulik nie (as gram. term); Ndl. onzijdig (in 17e eeu vir onpartijdig, misk. uit puristiese oorwegings); in bet. 2. sedert Moonen (1706) as vert. v. Lat. term neutrum (uit ne, “nie”, + utrum, “een (van beide”)).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

onzijdig ‘grammaticaal geslacht’ (bet. van Latijn neutrum)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

onzijdig* neutraal 1631 [WNT]

onzijdig* als grammaticale term: neutrum 1706 [Ruijs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut