Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ontwaren - (beginnen te zien)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ontwaren ww. ‘beginnen te zien’
Mnl. ontwaar worden ‘beginnen te zien, opmerken’ in anders soldt horen gegade ontwaer werden ‘anders zou haar gade het opmerken’ [1434-36; MNW-P]; nnl. ontwaren ‘beginnen te zien’ in bij het ontwaren van een onverwagten vyand [1748; WNT].
Afleiding van ontwaar ‘opmerkzaam’, zoals dat voorkwam in ontwaar worden ‘beginnen te zien’. Deze al vanaf het Middelnederlands voorkomende vaste combinatie bestond nog tot in de 19e eeuw, maar werd daarna vervangen door ontwaren. Dit is opvallend, aangezien het synoniem → gewaarworden geen nevenvorm *gewaren naast zich heeft. Ontwaar (worden) is jonger en binnen de Germaanse talen minder wijdverbreid dan gewaar (worden). Het is dan ook wrsch. ontstaan als nevenvorm met vervanging van het voorvoegsel door → ont-, dat het begin van een handeling benadrukt. Zie ook → waarnemen.
Mnd. entware werden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ontwaren* [gewaarworden] {1790} van middelnederlands ontwaer werden, middelnederduits en(t)ware werden, dat verklaard wordt als en (modern nederlands in) + ware, vgl. engels aware, waarvan waarnemen.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

ontwaren

Er is een Nederlands voorvoegsel ant- dat betekent: tegen. Wij hebben het over in ant-woord: tegen-woord en in de plaatsnaam Antwerpen: land dat tegen de oever geworpen is. Het Duits kent Ant-litz: gelaat. Dit voorvoegsel is dikwijls verzwakt tot ont- doordat het weinig klemtoon kreeg. Dit ont- treft men voor tal van werkwoorden aan: ontberen, ontsnappen en ook ontwaren. Maar de vorming van ontwaren is eigenaardig. In het Middelnederlands zei men namelijk ontwaer worden en dit ontwaer is ontstaan uit en(t) plus ware. Dit ware dat ook in waarnemen en bewaren schuilgaat, betekent: oplettend, attent, behoedzaam. Ontwaren wil dus zeggen: in het oog krijgen door nauwlettende beschouwing. Het Engels heeft aware voor: weet hebbend van, bewust van.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ontwaren ww., sedert het eind van de 18de eeuw in de plaats van mnl. ontware, ontwaer werden, mnd. entware werden ‘ontwarenʼ. — Hier is zeker een praefix in- als het oorspr. aan te nemen, dus ontstaan uit en + ware (waarvoor zie: waarnemen).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ontwaren ww., sedert het eind van de 18. eeuw voor ouder, reeds mnl. ontwāre, ontwaer werden = mnd. en(t)wāre werden “ontwaren”. Men gaat uit van *enwāre, uit en- (= ndl. in) + wāre (zie waarnemen), ’t Woord is dus een ander soort formatie dan gewaar.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ontwaren o.w., van een ouder ontwaar, Mnl. ontware = gewaar (z.d.w.).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ontwaren* gewaarworden 1790 [Toll.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut