Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ontmoeten - (tegenkomen, treffen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ontmoeten ww. ‘tegenkomen, treffen’
Mnl. entmuten, untmuten ‘tegenkomen’ [1240; Bern.], westelijk meestal ontmoeten in een forest darsi ontmoeten enen coleman disi groten ‘een bos, alwaar ze een kolenbrander ontmoetten, die ze groetten’ [1260-80; VMNW].
Afleiding met het voorvoegsel → ont-, dat hier het begin van een handeling benadrukt, van mnl. moeten ‘ontmoeten, tegenkomen’, zoals in Hoe die bruut nu moet den brudegom ‘hoe de bruid nu de bruidegom ontmoet’ [ca. 1350; MNW]. Dit was vooral een (noord)oostelijk woord; in het westelijk Middelnederlands luidde het meestal ghemoeten, zoals in Daer ghemoeti an de vaert. Jnglen vele met haren scaren ‘toen ontmoette hij onderweg vele engelenscharen’ [1285; VMNW]. Beide werkwoorden zijn verouderd, maar zie nog → tegemoet.
Mnd. entmoten. Zonder voorvoegsel: os. mōtian (mnd. moten); ofri. mēta (nfri. moetsje); oe. mētan (ne. meet); on. mœta (nzw. möta); alle ‘ontmoeten’, < pgm. *mōtjan-. Daarnaast got. gamōtjan ‘id.’. Hierbij horen ook de zelfstandige naamwoorden: mnl. moet; os. mōt; ohd. muoz; on. mót; alle ‘ontmoeting’ (nzw. emot (vz.) ‘tegen’: mot (vz.) ‘tegen, naar’).
Misschien verwant met: Armeens matčim ‘naderen’; Hittitisch mazzi ‘hij nadert’; < pie. *meh2/3d- (voor het Germaans), *mHd- (IEW 746). Verwantschap met → moeten is onwrsch., evenals met → meten < pie. *med-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ontmoeten* [toevallig tegenkomen] {1265-1270} middelnederduits entmoten, oudengels onmetan [aantreffen], waarnaast middelnederlands moeten, gemoeten, oudsaksisch motian, oudfries meta, oudengels mœtan (engels to meet), oudnoors mœta, gotisch gamōtjan; van ont- + een tweede deel, dat we ook vinden in tegemoet.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ontmoeten ww., mnl. ontmoeten ‘ontmoeten, tegenkomen, tegemoet gaan, aanvallen, ondervindenʼ, mnd. entmōten ‘ontmoetenʼ (> mhd. entmuoten ‘aanvallenʼ), oe. onmētan ‘invenireʼ. — Daarnaast staan mnl. moeten, ghemoeten, os. mōtian, ofri. mēta, oe. mētan, gemētan (ne. meet), on. mæta, got. gamōtjan; beide afgeleid van een grondwoord *mōta ‘ontmoetingʼ, waarvoor zie: gemoet.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ontmoeten ww., mnl. ontmoeten “ontmoeten, tegenkomen, tegemoet gaan, aanvallen, ondervinden”. = mnd. entmôten “ontmoeten” (> mhd. entmuoten “aanvallen”). Zie verder bij gemoet. Misschien zijn arm. mut “het naderkomen”, matčim, mtanem “ik kom nader, ik kom binnen” verwant. Verwantschap met meten is semantisch niet aannemelijk.

[Aanvullingen en Verbeteringen] ontmoeten. = ags. onmêtan “invenire”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ontmoeten. V.Wijk Aanv. vermeldt nog ags. on-mêtan ‘invenire’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ontmoeten o.w., Mnl. id., van ont = tegen - en *moeten, Mnl. id., Os. môtian + Ags. métan (Eng. to meet), On. møta (Zw. möta, De. møde), Go. gamotjan = te gemoet gaan: niet buiten het Germ. Onwaarschijnlijk is verwantschap met moeten 2.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ontmoeten ‘toevallig tegenkomen’ -> Negerhollands ontmuet ‘toevallig tegenkomen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ontmoeten* toevallig tegenkomen 1265-1270 [CG Lut.K]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

209. Bergen en dalen ontmoeten elkander niet, maar menschen wel.

Men bezigt deze zegswijze bij een zeer onverwachte ontmoeting. Ze komt bij ons eenigszins anders voor in de 17de eeuw bij De Brune, 224:

 d' Een mensch den ander wel ontmoet,
 Dat gheen gheberght' of heuvel doet.

Huyghens, Hofw. 645: Daer moeten sich, niet Bergen, maer menschen als mijn Bergh; V.d. Venne, 195: Menschen gemoeten malkanderen meer dan de vaste Bergen; Gew. Weuw. III, 17: Huizen en boomen ontmoeten den ander niet, maar menschen wel; Esopus, Het Cremoneesche Vreugdevuur: Immers is 't waar, dat bergen, en daalen malkander niet ontmoeten, maar menschen al. Tuinman II, 102 citeert haar in den tegenwoordigen vorm: Bergen en dalen ontmoeten malkanderen niet, maar wel menschen; dit zegt men van zulke, die malkanderen onverwacht in vreemde gewesten bejegenen en aantreffen; Sewel, 572: Bergen ontmoeten malkander nooit, maar menschen somtyds. Vgl. verder Harreb. I, 47 b; fri.: Bergen mette in-oar net, mar minsken wol; ook Antw. Idiot. 1228: Boomen komen malkanderen niet tegen, maar menschen wel (zoo ook bij Rutten, 35 b; Tuerlinckx, 614); Waasch Idiot. 646 a: Bergen komen malkander niet tegen, maar menschen wel, ik zal mij wreken; evenzoo bij Teirl. 126 in den zin van: ‘wij zullen malkaar nog wel ontmoeten en dan zullen we eens voor goed afrekenen’. De zegswijze is in vele talen bekend; ook in het Arabisch en onder de negers in Suriname en de Deensche Antillen; vgl. D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deensche Antillen, 130: Bergi mit bergi no kan tek, ma twee mens sal tek; Wander I, 312; 313. Vgl. fr. il n'y a que les montagnes qui ne se rencontrent pas; hd. Berge kommen nicht zusammen, aber Menschen wohl.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal