Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ontbijt - (eerste maaltijd van de dag)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ontbijt znw. o., mnl. ontbijt o. ‘lichte maaltijdʼ, westf. imət ‘ontbijtʼ, ohd. imbīʒ m. o. ‘lichte maaltijd, maaltijdʼ. — Afl. van mnl. ontbijten, mnl. ontbîten ‘een weinig etenʼ, os. antbītan, anbītan, ohd. imbīʒan ‘een maaltijd nuttigenʼ, oe. onbītan ‘proeven van, iets eten vanʼ. — Mag men uitgaan van de duitse vormen, dan zou men kunnen denken aan een samenstelling van het praefix in + bijten en dan zou de eig. bet. zijn ‘beginnen te bijtenʼ.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ontbijt znw. o., mnl. ontbijt (m. o.?) “lichte maaltijd, ontbijt”. = ohd. imbîʒ m. o. “id., maaltijd” (nhd. imbiss), westf. imət “ontbijt” (Soest). Van mnl. ontbîten “wat eten, ontbijten” (nnl. ontbijten), ohd. imbîʒan “een maaltijd nuttigen”, os. an(t)bîtan “id.”, ags. onbîtan “proeven van, wat eten van”, een samenst. van bijten.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ontbijt. Met ohd. imbîʒ vgl. mnl. inbijt o. — ook inbeet (o.?), wvla. inbeet, inbete v. — ‘ontbijt’. Ook het ww. inbîten komt voor. Zie bij ont- Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ontbijt o., verbaalabstr. van ontbijten, Mnl. ontbiten = beginnen te bijten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

ontbyt s.nw.
Maaltyd in die oggend.
Uit Ndl. ontbijt (al Mnl.). Die tweede lid van Ndl. ontbijt, nl. bijt, hou verband met die Mnl. ww. biten 'byt', en beteken as afleiding 'begin byt'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ontbyt: oggendete, vroegstuk; Ndl. ontbijt (Mnl. ontbijt, “ligte maaltyd”, ww. ontbīten/ontbijten, Os. an(t)bītan, Ohd. imbīzan), eerste lid misk. in- met ink. funk., dan “begin eet”; betreklik laat in alg. gebr. in Afr. gekom.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ontbijt ‘eerste maaltijd van de dag’ -> Fries ûntbyt, moarnûntbyt ‘eerste maaltijd van de dag’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal