Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ons - (gewicht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ons 2 zn. (NN) ‘100 gram’
Mnl. unce ‘gewicht, twaalfde deel van een pond’ [1240; Bern.], unce, once, onse ‘klein gewicht’ in wel III uncen ‘wel drie ons’ [1300-50; MNW-R], 4 oncen wegende [1351; MNW-P], een onsken ‘een onsje’ [1483; MNW onse].
Ontleend, wrsch. via Frans once ‘klein gewicht’ [ca. 1160; TLF], eerder al unce ‘kleinigheid’ [begin 12e eeuw; TLF], aan Latijn uncia ‘twaalfde deel van een pond, een voet enz.’; uncia is ontwikkeld uit Vroeglatijn *oinikiā, een afleiding van *oinos ‘eenheid’, waaruit Latijn ūnus ‘eenheid, een’ is ontstaan, zie → een.
Ook ontleend, al dan niet via het Frans: mnd. unse (waaraan ontleend nzw. uns); ohd. unza (nhd. Unze); ofri. enze (maar nfri. ûns is ontleend aan het mnl./mnd.); oe. unce, ynce, unche (ne. ounce ‘1/12 van een pond’, inch ‘1/12 van een voet’).
Een ons was in de geschiedenis meestal het twaalfde deel van een pond, soms een zestiende. Sedert de invoering van het decimale stelsel is de naam ons overgegaan op een tiende kilogram, terwijl de naam → pond is overgegaan op een halve kilogram, dus vijf ons. In het BN is het woord niet meer in gebruik, behalve in uitdrukkingen, zoals beter een ons geluk dan een pond verstand.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ons1 [gewicht] {once, onche, unce 1201-1250} < oudfrans unce of direct < latijn uncia [eig.: eenheid; twaalfde deel van een libra (pond), Romeins ons (bijna 27,3 gram)], verwant met unus [één] (vgl. inch).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ons 1 znw. o., mnl. once, onse, unce, unse gaat terug op lat. uncia, evenals mnd. unse, untse, ohd. unza (nhd. unze), oe. yntse v., ynce m. (ne. inch als maat). — De mnl. vorm onse kan intussen ook teruggaan op fra. once.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ons I znw. o., mnl. once, onse, unce, unse (oncie) v. Of evenals eng. ounce “ons” uit fr. once òf als ohd. unza (nhd. unze), mnd. unse, untze (de. unse, zw. uns), ags. yntse v. “ons”, ynce m. “duim” (als maat; eng. inch) uit lat. uncia.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ons I znw. Uit lat. uncia ook ofri. enze v. ‘ons’ (als munt; ook als landmaat).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ons 1 o. (gewicht), gelijk Eng. ounce, uit Fr. once, van Lat. unciam (-a) = klein gewicht, waarop Hgd. unze, Ags. ynce (Eng. inch) rechtstreeks teruggaan.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

us (pers. vnw.) ons; Aajdnederlands uns <901-1000>.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

2ons s.nw.
Gewig gelyk aan 'n sestiende deel van 'n pond.
Uit Ndl. ons (Mnl. once).
Ndl. ons uit Fr. unce of direk uit Latyn uncia 'eenheid, veral van 'n voet (lengte) of van 'n pond (gewig)', met lg. wat óf verwant is aan, óf afgelei is van unus 'een'.
D. Unze, Eng. inch, ounce, It. oncia, Sp. onza.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ons III: uitspr. soos by ons I en II, s.nw., “gewig”; Ndl. ons (Mnl. once/onse/unce/unse) grotendeels d. metrieke stelsel verdring; òf soos Eng. ounce) (ook verb. m. lengtemaat inch) via Fr. once of soos Hd. unze direk uit Lat. uncia, “’n twaalfde deel”; by oorbeklemtoning v. eie doen en late dikw. woordspeling m. ons I en ons III i. vraag: Hoeveel onse op jou pond? Tydens Men se verblyf a. d. Kaap gew. ter bespotting van pers. wat wij d. ons vervang het; v. ook unster.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ons ‘gewicht’ (Latijn uncia)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Ons (gewicht) van ’t Fr. once en dit van ’t Lat. uncia = klein gewicht.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ons ‘gewicht’ -> Fries ûns ‘gewicht’ (uit Nederlands of Nederduits); Indonesisch on, ons ‘gewicht’; Jakartaans-Maleis on ‘gewicht’; Makassaars dialect ong ‘gewicht’; Japans onsu ‘gewicht’; Papiaments òns ‘gewicht’; Surinaams-Javaans os ‘gewicht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ons gewicht 1240 [Bern.] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal