Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ongeval - (ongelukkige gebeurtenis, ongeluk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ongeval zn. ‘ongelukkige gebeurtenis, ongeluk’
Mnl. ongheval ‘ongelukkige toestand of gebeurtenis’ in sin ungeual her clagete ‘hij klaagde over zijn ongelukkige toestand’ [1201-25; VMNW], van wat ongheualle dat mochte gheschien vander ze ‘betreffende ongeluk dat door de zee zou kunnen worden veroorzaakt’ [1280-81; VMNW], bescermen ... Van onghevalle ende van tempeeste ‘beschermen tegen ongeluk en ellende’ [1290; VMNW]; nnl. ongeval ‘verkeersongeluk’ in Gelukkig hebben wij den togt zonder ongevallen kunnen volbrengen [1871; iWNT].
Afleiding van → geval ‘gebeurtenis’ met het voorvoegsel → on- in de betekenis ‘slecht, onbehaaglijk’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ongeval ‘ongeluk’ -> Fries ûngefal ‘ongeluk’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut