Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

onderhavig - (waarvan op het ogenblik sprake is)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

onderhavig [waarvan op het ogenblik sprake is] {1818-1821} < hoogduits (die) unterhabene (Sache); van onder + hebben; het woord kwam ook in het middelnl. voor, maar dit was een nl. ontwikkeling met een andere betekenis, die inmiddels verloren is gegaan, vgl. middelnederlands onderhavich, onderhevich [onderhevig aan] (vgl. onderhevig).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

onderhavig bnw., in de huidige bet. zal het wel onder invloed staan van nhd. unterhabend in uitdr. als die unter habende sache. In mnl. en oud-nnl. is de betekenis dezelfde als die van onderhevig. Beide zijn afgeleid van de stam van hebben.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

onderhavig bnw., in de tegenw. bet. eerst later-nnl. Een archaïstisch woord met gewijzigde bet., naar men aanneemt onder invloed van hd. (die) unterhabende (sache) v. Oudnnl., reeds mnl. onderhāvich beteekende ’t zelfde als onderhevig (sedert de 16. eeuw). Deze vormen komen van onder en den stam van hebben.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

onderhavig bijv., niet buiten het Ndl., van *onderhave = leengoed + Ofri. onderhava (onder = beneden - en have).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

onderhawige b.nw. (enigsins formeel)
Wat op die oomblik ter sprake is.
Uit Ndl. onderhavig (1818 - 1821). Die woordvorm het wel in Mnl. voorgekom, maar toe in die bet. 'onderhewig'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

onderhawig: “waarvan sprake is, ter sprake”, alleen attr., blb. dies. as onderhewig (alleen pred.); Ndl. onderhavig (reeds mid. 16e eeu, tans enigsins veroud.) nou vervang d. onderhevig in bet. “onderworpe”, maar onderhavig (wsk. uit Ofr. onderhava) in bet. “ter sake”, opnuut uit Hd. unterhabend in ou vorm onderhavig ingevoer – sowel Ndl./Afr. havig/hawig as hevig/hewig hou verb. m. Ndl. hebben, Hd. haben, Eng. have, Afr. hê.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Onderhavig, onderhevig. Het tweede woord heeft het eerste vervangen. In ’t Oudfriesch was onderhava: leengoed; onderhavige goederen waren dus: onderhoorige, onderworpen goederen. Zoo verkreeg onderhevig de bet. van: onderworpen, blootgesteld aan.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

onderhavig waarvan op het ogenblik sprake is 1818-1821 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut