Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

onaneren - (masturberen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

onaneren [masturberen] {1824} genoemd naar Onan in Genesis 38:9.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

onaneren, zichzelf bevredigen
Vraag honderd mensen wat onaneren eigenlijk betekent en negentig van hen geven het verkeerde antwoord.
Volgens het bijbelverhaal was Onan de tweede zoon van Juda en Sua, een Kanaänitische vrouw. Toen de oudste zoon van Juda kinderloos was gestorven, kreeg Onan opdracht met de weduwe van zijn broer te trouwen. ‘Maar Onan wist’, aldus de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (1951), ‘dat het nakroost hem niet zou toebehoren, daarom, zo vaak hij tot de vrouw van zijn broeder kwam, verspilde hij het zaad op den grond, om aan zijn broeder geen nakroost te geven’, aldus Genesis 38:9. In de Statenvertaling (1637) heet het nog dat Onan zijn zaad ‘verdierf tegen de aarde’.
Hoewel onanie altijd wordt gebruikt in de betekenis zelfbevrediging, deed Onan in feite aan coïtus interruptus. Van Dale geeft dit dan ook als eerste betekenis, maar zegt erbij : weinig gebruikt. De handelwijze van Onan kon ‘in de ogen des Heren’ geen goedkeuring wegdragen en daarom werd Onan gedood.
Opmerkelijk genoeg ontbreekt onaneren in het wetenschappelijke Woordenboek der Nederlandsche Taal, hoewel het al sinds lange tijd wordt gebruikt. Weiland vermeldt het in 1824 en Kramers geeft in 1847 de vormen onanie (‘de zelfbevlekking, onnatuurlijke prikkeling der geslachtsdelen’), onaneren (‘dat kwaad bedrijven’) onanist en onaniet.
In Brieven aan Wimie (1980) tekent Gerard Reve voor de nieuwvorming onaniem. ‘Als tobbende, anonieme (en onanieme) kamerbewoner kreeg ik geen jongens meer in bed.’ Op 26.2.1993 verklaarde dichter Rob Schouten in HP/De Tijd: ‘Onaneren is, net als poëzie, een verknoping van frustratie en vrijheidsdrang.’
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

onaneren masturberen 1824 [WEI]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut