Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

omstandigheid - (iets wat een handeling, voorval of toestand vergezelt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

omstandigheid zn. ‘iets wat een handeling, voorval of toestand vergezelt’
Vnnl. de omstandigheid des dings ‘dat wat met deze zaak gepaard gaat’ [1585; iWNT rede], Simpele dieveryen, die niet en zyn ... vermengt met eenig geweld ... ofte andere diergelyke omstandighedens, 't feyt beswarende ‘eenvoudige diefstallen, die niet gepaard gaan met enig geweld of andere bezwarende omstandigheden’ [1596; iWNT bezwaren], in de tegenwoordige omstandigheden ‘in de huidige situatie’ [1625; iWNT trots I].
Gevormd uit → om en → stand 1 met de achtervoegsels → -ig en → -heid, als leenvertaling van Latijn circumstantia ‘omstandigheid, toestand’ en het daaruit overgenomen Frans circonstance(s). Het Latijnse woord is qua vorm een afleiding van circumstāre ‘staan rondom, omringen’, uit circum ‘rond, om’ (zie → circa) en stāre (zie → staan), maar is op zijn beurt een leenvertaling van Grieks perístasis ‘omstandigheid, omgeving’, met overdrachtelijke betekenis bij ‘het rondomstaan’, uit perí ‘rondom’ en stásis ‘stand, het staan’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

omstandigheid* [stand van zaken] {ca. 1740} vgl. middelnederlands ommestant, vertalende ontlening aan frans circonstance of latijn circumstantia, vertalende ontlening aan grieks peristasis [omstandigheid, lett.: het rondom staan], van peri [rondom] + stasis [het (gaan) staan], van histamai [ik ga staan].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

omstandigheid znw. v., eerst sedert Kiliaen, is een vertaling van fra. circonstance of lat. circumstantia en dit weer een navolging van gr. perístasis eig. ‘het rondomstaanʼ, maar gew. ‘uiterlijke omstandighedenʼ.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

omstandigheid znw., nog niet bij Kil. Een navolging van fr. circonstance of lat. circumstantia en dit van gr. perístasis. Ook elders vertaald.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

omstandigheid v., vertaling van Lat. circumstantia.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

omstandigheid s.nw.
1. Dit wat 'n handeling of voorval vergesel. 2. Toestand wat in 'n bepaalde situasie geld.
Uit Ndl. omstandigheid (1740 in bet. 1).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

omstandigheid (vert. van Latijn circumstantia of Frans circonstance)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

omstandigheid ‘stand van zaken’ -> Deens omstændighed ‘stand van zaken’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors omstendighet ‘stand van zaken’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds umständighet ‘stand van zaken’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands omstandigheit, omstand, omstandigheid ‘stand van zaken, hoedanigheid, kwaliteit’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

omstandigheid* stand van zaken 1704 [Hannot&Hoogstraten]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut