Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ombudsman - (vertrouwensman)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ombudsman zn. ‘vertrouwensman’
Nnl. ombudsman ‘officieel aangestelde functionaris tot wie een burger zich kan wenden, als hij door de overheid onbillijk meent te zijn behandeld’ [1963; WNT Aanv.], later ook algemener ‘belangenbehartiger’.
Ontleend aan Zweeds ombudsman ‘een officieel aangestelde functionaris die klachten tegen maatregelen van de centrale overheid onderzoekt’, verkorting van justitieombudsman [1809; OED], uit justitie ‘gerechtigheid’ en een tweede lid ‘wettelijke vertegenwoordiger’. Dit tweede lid, uit Oudzweeds ymbodz man ‘wettelijke vertegenwoordiger of adviseur’ [1371; Söderwall], is weer samengesteld uit Oudzweeds ombudh ‘opdracht’ en man ‘man’. Hierin is het tweede lid hetzelfde woord als → man; het eerste lid bestaat al in het Oudnoords als umboð ‘opdracht’ en is een afleiding met um- ‘om-’, zie → om, van het zn. boð ‘gebod, boodschap’, zie → bod.
Lit.: Van der Sijs 1998

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ombudsman [vertrouwensman] {na 1950} < zweeds ombud(sman) < oudnoors umboðsmaðr [vertegenwoordiger van de koning], van um [om, rond] + boð [opdragen, gelasten], vgl. (ont)bieden + maðr = mannr [man].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

ombudsman s.nw.
Persoon wat klagtes van benadeling ondersoek en as bemiddelaar optree om 'n regverdige skikking te bewerkstellig.
Uit Eng. ombudsman (1962) of Ndl. ombudsman (ná 1950).
Eng. ombudsman en Ndl. ombudsman uit Sweeds ombudsman 'regsverteenwoordiger of adviseur' uit Oudnoors umboðsmaðr 'verteenwoordiger van die koning', met lg. uit um 'om, rond', boð 'beveel, gelas' en maðr 'man'. Hierdie tipe amptenaar is vir die eerste keer in Swede deur die Sweedse parlement aangestel om klagtes oor wanadministrasie deur die regering en staatsdiens te ondersoek.
D. Ombudsmann.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ombudsman (Zweeds ombudsman)

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

ombudsman

Het Zweeds heeft maar weinig leenwoorden aan het Nederlands gegeven, hoewel er een paar zijn waar we niet meer buiten kunnen. Bij iedere broodmaaltijd hoort toch knäckebröd of knäckebrood (bekend sinds 1948) — een status die smörgåsbord (een koud buffet) en het Deense smørrebrød wel niet zullen halen, misschien vanwege hun voor Nederlandssprekenden onmogelijke uitspraak en spelling. Maar het allerbekendste Zweedse woord is wel ombudsman, in het Zweeds ook kortweg ombud.

De ombudsman is omstreeks 1960 voor het eerst buiten Scandinavië opgedoken. In Zweden is een ombudsman een afgevaardigde of zaakwaarnemer van een bepaalde groep, bijvoorbeeld een vakbond. Hij behartigt de belangen van de groep. Het woord bestond in het Zweeds al in de Middeleeuwen; het is een samenstelling van om ‘over, betreffende’, bjuda ‘vragen, verzoeken, (aan)bieden’ en man ‘persoon’. De functie van ombudsman dateert in Zweden van 1809, toen door het Zweedse parlement procureurs-generaal bij Justitie en het leger werden aangesteld die justitieombudsman en militieombudsman werden genoemd. Bij deze onafhankelijke ambtenaren konden burgers terecht wanneer zij klachten hadden over de overheid. De justitieombudsman is in Zweden nog steeds een begrip, de militieombudsman is inmiddels verdwenen. De dienst van ombudsman werd eerst in de andere Scandinavische landen overgenomen: in Finland in 1919, in Denemarken in 1954 en in Noorwegen pas in 1962.

De jaren zestig met hun inspraak en democratisering waren kennelijk rijp voor het instellen van een bemiddelaar tussen burger en staat. In 1959 was in Engeland voor het eerst sprake van een ombudsman, en een jaar later in Frankrijk. Nederland volgde spoedig. In 1962 stelde het Leidse Studentencorps voor, een ombudsman in te stellen om de belangen van de aankomende studenten of ‘groenen’ te behartigen. In maart 1963 stelde de Tweede Kamer een commissie in om de aanstelling te onderzoeken van ‘een kommissaris-generaal voor bezwaren naar het voorbeeld van de Skandinavische ombudsman’. Uit deze moeizame formulering blijkt al, dat het woord ombudsman niet onmiddellijk overgenomen werd. Aanvankelijk probeerde men een eigen Nederlandse naam te verzinnen ter vervanging van het Zweedse woord. Kranten riepen lezers op suggesties in te zenden, en daaraan werd massaal gehoor gegeven. Het neologismenwoordenboek van Van Nierop uit 1975 geeft een hele serie meer of minder serieuze voorstellen, zoals bezwarenconsulent, dallesman, heulmeester, klachtenman, klachtenvanger, rijksklachtenbemiddelaar, raadpensionaris, uithuilebalk, toeverlaat, volksadvocaat, vraagbaker. Inmiddels is wel duidelijk dat ombudsman een blijvertje is. Daaraan zal het VARA-consumentenprogramma ‘de Ombudsman’, dat in 1969 startte en gepresenteerd werd door Marcel van Dam en later Frits Bom, zeker een steentje hebben bijgedragen.

Tegenwoordig kun je het zo gek niet bedenken of er is wel een ombudsman voor. Hoogste in ombudsland is natuurlijk de Nationale Ombudsman, maar op alle overheidsniveaus tieren de ombudsmannen welig — zo bestaan er een ombudsman Pensioenen, een ombudsman Schadeverzekeringen, een ombudsman Levensverzekeringen en een studenten-ombudsman. En mocht uw vakantie tegenvallen, dan kunt u altijd terecht bij de vakantieombudsman, ook kortweg vakantieman (wederom Frits Bom). Er bestaat zelfs een heus International Ombudsman Institute.

Hoe ingeburgerd het woord is, blijkt uit het feit dat het tweede deel van ombudsman opgevat wordt als het Nederlandse man en een vrouwelijke ombudsman een ombudsvrouw genoemd wordt. In het Zweeds kan ombudsman zowel een vrouw als een man aanduiden. Het Zweedse man betekent zowel ‘man’ als ‘persoon’, maar in samenstellingen alleen ‘persoon’. Ombuds- wordt in het Nederlands tegenwoordig gebruikt als een voorvoegsel om aan te geven dat het tweede deel van het woord in verband staat met het geven van hulp bij klachten. Zo kennen we ombudsbureau, ombudsgroep, ombudsprogramma, ombudsteam, ombudswerk. En wat denkt u van de ‘ombudsfunctionaris emancipatie’, die aangesteld is bij de Groningse universiteit? Van de Duitse politicus Johannes Rau werd in de Volkskrant van 15 mei 1995 gezegd dat zijn geheim lag in ‘ombudsman-achtig optreden tegenover de kleine man’. In het Zweeds zijn dergelijke vormingen ondenkbaar, wat wel bewijst hoezeer we het Zweedse woord tot het onze hebben gemaakt.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ombudsman vertrouwensman 1963 [Aanv WNT] <Zweeds

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut