Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

olympiade - (vierjaarlijkse internationale sportwedstrijd, tijdvak van vier jaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

olympiade zn. ‘vierjaarlijkse internationale sportwedstrijd, tijdvak van vier jaar’
Nnl. olympiade ‘tijdsperiode bij de Romeinen’ [1614; WNT te (I)]; ‘tijdruimte van vier jaar’ [1824; Weiland], Olympiade ‘Olympische Spelen’ [1912; Groene Amsterdammer], schaakolympiade ‘internationale schaakwedstrijd’ [1928; NRC].
Ontleend, door het Nederlands wrsch. via Frans olympiade [midden 13e eeuw; Rey], aan Latijn Olympias (genitief -adis) ‘Olympische Spelen; periode van vier jaar tussen deze Spelen’, ontleend aan Grieks Olumpiás (genitief -ádos) ‘id.’, genoemd naar de stad Olumpía waar deze sportieve wedstrijden werden gehouden.
Oorspr. was dit alleen een begrip met betrekking tot de klassieke oudheid. De olympiade was het vierjarige tijdvak voorafgaand aan Olympische spelen [1624; WNT winbaar], een vierjaarlijks terugkerend sportevenement dat oorspr. georganiseerd werd ter ere van de oppergod Zeus. Bij uitbreiding duidde het woord ook de Spelen zelf aan. Na de internationale herinvoering (voorstel 1894; eerste moderne spelen in 1896) werden deze wedstrijden in het Nederlands zowel Olympische spelen als Olympiade genoemd. In de tweede helft van de 20e eeuw ging de benaming Olympische Spelen overheersen. Olympiade bleef voortbestaan als geleerd woord voor het tijdvak tussen de Spelen in, maar werd tevens ingevoerd in namen van andere internationale sportieve competities, vooral in theoretische vakkennis van middelbare scholieren en in denksporten. Sinds 1927 wordt een internationale schaakolympiade georganiseerd. Andere olympiaden die relatief lang bestaan zijn de wiskundeolympiade (1957), bridgeolympiade (1960), natuurkundeolympiade (1967) en de scheikundeolympiade (1968). De meeste van deze evenementen vinden jaarlijks plaats.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

olympiade [vierjaarlijkse internationale sportwedstrijd, tijdvak van vier jaar] {1824} < frans olympiade < latijn Olympiadem, 4e nv. van Olympias [tijdperk van vier jaar], van grieks olumpias [Olympisch, de Olympische Spelen]; naar het tempelterrein Olympia in de Peloponnesus, waar de spelen werden gehouden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

olimpiade s.nw.
1. Periode van vier jaar tussen een Olimpiese spele en die volgende. 2. Kompetisie vir skoolleerlinge wat jaarliks in 'n bepaalde vak aangebied word.
In bet. 1 wsk. uit Eng. Olympiad (1532). Bet. 2 het wsk. in Afr. self ontwikkel. Eng. woordeboeke gee aan dat die woord vir 'n belangrike nasionale of internasionale gebeurtenis, veral skaak of brug, gebruik word, maar meld nie spesifiek bet. 2 nie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

olympiade ‘vierjaarlijkse internationale sportwedstrijd, Olympische Spelen’ -> Indonesisch Olimpiade ‘Olympische Spelen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

olympiade vierjaarlijkse internationale sportwedstrijd, tijdvak van vier jaar 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal