Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oksaal - (afscheiding tussen koor en middenbeuk in een kerk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

doksaal [wand tussen koor en schip van een kerk] {docsael 1276} < middeleeuws latijn doxale, dossale (vgl. oksaal).

hoogzaal [wand tussen koor en schip van een kerk] {1599} verbastering van doksaal.

oksaal [zangerskoor] {ocsaele, oxael 1441} < middelnederlands docsael, doxael {1276} (de d verdween omdat men die aanzag voor het lidw.) < middeleeuws latijn (d)oxale, toxale [galerij als afscheiding tussen koor en schip] → doksaal.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

oksaal znw. o., mnl. ocsael, oxael o. m. ‘galerij in een kerk, voornamelijk voor de koorzangers’, ontstaan uit docsael (bijv. uit een verbinding ’t docsael) < mlat. doxāle.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

oksaal znw. o., mnl. ocsael, oxael o. (m.) “galerij in de kerk, vooral voor de koorzangers”. Dit uit docsael, dat dial. (vla.) nog bestaat. Uit mlat. doxâle “odeum ecclesiae”. De d kan verdwenen zijn, doordat men er het artikel in voelde (in t docsael).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

doksaal o., Mnl. doxael, uit Mlat. doxale, volksetym. vervorming van dossale, omdat men daarbij aan de groote doxologie, d.i. Gloria in excelsis, dacht. Dossale (It. id., Fr. dossel), is afgel. van Mlat. dossum (z. dos), en bet. een ruggetapijt dat men eershalve achter den rug der hooggeplaatste personen ophing, bepaaldelijk achter den rug der geestelijken in het koor; dan de plaats der koorzangers.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

oksaol (zn.) oksaal; Middelnederlands ocsael <1276> < Latien doxale.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

doksaal (Latijn doxale)
oksaal (van Latijn doxale)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Doksaal, doxaal, ook wel dokzaal; mnl. doxael, oksaal, de plaats der koorzangers. Door volksetymologie is rnen het woord wel gaan schrijven hoogzaal. Oksaal is ontstaan uit doksaal, doordat deze vorm als: ’t oksaal werd verstaan; doksaal is het mlat. dossale, van dos (rug) en beteekent eigenlijk rugkleed achter de hooggeplaatste personen, b.v. de geestelijken in ’t koor. Eerst werd het de naam voor de tribune of galerij aan den ingang van het priesterkoor, waarop evangelie- en epistellezingen, de zang en het orgelspel werden voorgedragen; later werd het ook op het zangkoor toegepast.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

doksaal wand tussen koor en schip van een kerk 1276 [CG I1, 332] <ME Latijn

oksaal zangerskoor 1441 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut