Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oker - (gewas)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

o’ker (de, -s), 1. voedingsgewas met gele bloemen met een rood hart, uit tropisch Azië (Hibiscus esculentus, Angalampoefamilie*). H. esculentus L. (S. [Sur.] oker = CS [Sranan] okro, H. bhindi), eveneens uit tropisch Azië afkomstig, is een eenjarige plant met forse, tot 2 m recht omhoog gaande stengel (Ost. 120). - 2. vrucht van deze plant, gegeten als groente als zuurgoed* en in okersoep*. Daarna fijn snijden en in de bouillon doen, tegelijk met de gewassen en zo nodig in stukjes gesneden okers (Voeding goed 10). - Etym.: De vernederlandste vorm oker is vrij nieuw. Lang gebruikte men de vorm die de tegenwoordige is in het S (okro) en in het E (okro, okra), alsmede oudere vormen als okkoro (van Aerssen v.S. 1685; zie Brinkman), okkerom (Brouwn 1796; 1984: 57) en okrum (Kuhn 1828: 116). Hoewel de plant oorspronkelijk uit Azië afkomstig is, veronderstelt Onions dat de naam uit W.-Afrika komt. - Samenst. ook: okersla.
— : wilde oker, eenjarige plant met gele bloemen met een rood hart, afkomstig uit India, die het z.g. muskuszaad voortbrengt (Abelmoschus moschatus, Angalampoefamilie*). - Etym.: De plant lijkt op en is verwant aan oker*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal