Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oker - (gele kleurstof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

oker zn. ‘gele kleurstof’
Vnnl. oker ‘geel mineraal’ in mit oker bereyden (gezegd van zeemleer) [1553; WNT zeemsch], oecker ‘berggeel’ [1567; Claes 1994a], oker ‘gele verf’ in den ghelen oker niet sparen [1604; WNT vermiljoen]; nnl. oker ook ‘donkergele, bruinachtige verf’ in bruyn oker [1773; WNT uit-].
Ontleend aan Frans ocre ‘gele minerale verstof’ [1307-09; TLF], dat via Latijn ochra is ontleend aan Grieks ṓchrā ‘gele kleurstof’, een afleiding van ōchrós ‘lichtgeel’, waarvan de verdere herkomst onbekend is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

oker [gele verf uit bepaalde aardsoort] {oecker 1567} < frans ocre < latijn ochra [idem] < grieks ōchra [gele oker], van ōchros [geelachtig bleek].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

oker znw. m., sedert Kiliaen, evenals mnd. oker, ohd. ogar, mhd. ogger, ocker (nhd. ocker) < lat. ochra < gr. ochra ‘gele aardverf’, afgeleid van ōchrós bleek-geel ‘.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

oker znw., sedert Kil. Evenals ohd. ogar, mhd. ogger, ocker o. m. (nhd. ocker m.), mnd. oker “oker” uit lat. ôchra (gr. ṓkhra) “berggeel”, vanwaar ook fr. ocre, eng. ochre enz. De. okker, zw. ockra “oker” uit het Du.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

oker v., gelijk Hgd. ocker en Eng. ochre, uit Fr. ocre, van Lat. ochram (-a), Gr. ṓkhra, zelfst. gebr. vr. van ōkhrós = bleek, geel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

oker s.nw.
Tipe klei, of kleur van die klei.
Uit Ndl. oker (1567).
Ndl. oker uit Fr. ocre 'oker' uit Latyn ochra 'oker' uit Grieks ochra 'geel oker', met lg. uit ochros 'geelagtig bleek'.
D. Ocker (10de eeu), Eng. ocher.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

okker zn.: gele kalk. Vnnl. oecker ‘oker’, Ohd. ogar, Mhd. ocker, D. Ocker ‘oker, berggeel’. Uit Fr. ocre < Lat. ochra < Gr. ôchra ‘gele oker’ < ôchros ‘geelachtig bleek’. Afl. okkeren, en door metanalyse nokkeren ‘met gele kalk bestrijken’.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

oker: kleurstof; Ndl. (reeds by Kil) oker, Hd. ocher/ocker, Eng. ocher/ochre, Fr. ocre, Lat. ochra, Gr. ōχros, “bleek, geel”.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

oker (Frans ocre)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

oker ‘gele verf uit bepaalde aardsoort’ -> Indonesisch oker ‘gele verf uit bepaalde aardsoort; okerkleurig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oker gele verf uit bepaalde aardsoort 1567 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal