Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

offeren - (schenken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

offeren ww. ‘schenken’
Onl. offeron ‘schenken (aan God)’ in uuillico sal ic offran thi ‘vrijwillig zal ik u offers brengen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. offren ‘schenken, aanbieden’ [1240; Bern.], offeren ‘id.’ in se ... offerde har seluen onsen here ‘ze offerde zichzelf aan onze Heer’ [1265-70; VMNW], ‘aanbieden (een dienst)’ in hi offerde ... te Constans te ridene in sijns selfs persoone ‘hij bood aan om in eigen persoon naar Konstanz te rijden’ [1460-80; MNW-R].
Ontleend aan christelijk Latijn offerre ‘schenken aan God’, betekenisuitbreiding van klassiek Latijn offerre ‘naar iemand brengen, aanbieden’, gevormd uit ob ‘naar toe’, zie → object, en ferre ‘dragen, brengen’, verwant met → baren.
Evenzo ontleend zijn: os. offron (mnd. offeren); ofri. off(e)ria (nfri. offerje); oe. offrian (ne. offer); on. offra (nzw. offra). Daarentegen is ohd. opfarōn ‘offeren’ (nhd. opfern) ontleend aan christelijk Latijn operari ‘aalmoezen geven’ [200-250], ‘offeren’, een betekenisuitbreiding van klassiek Latijn operārī ‘werken, verrichten’, zie → opereren.
offer zn. ‘schenking’. Onl. offron (mv.) ‘offers’ [10e eeuw; W.Ps.], offer [ca. 1100; Will.]. Afleiding van offeren. ♦ offerande zn. ‘offer’. Mnl. offerande ‘offergave’ [1240; Bern.]. Ontleend aan Frans offrande, uit Oudfrans offrende ‘gave aan God’ [1080; Rey], ontleend aan christelijk Latijn offerenda ‘de dingen die aangeboden moeten worden’, zelfstandig gebruik van het onzijdige meervoud (later als vrouwelijk enkelvoud beschouwd) van offerendus, een vorm van het ww. offerre.
Lit.: Indogermanische Forschungen 93, 1988, 225-236; Frings 1968, 340-346

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

offeren [(aan godheid) schenken] {oudnederlands offron 901-1000, middelnederlands offeren} < latijn offerre [aanbieden, in chr. lat. offeren], van ob [voor, naar … toe] + ferre [dragen, brengen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

offeren ww. mnl. offeren ‘offeren, schenken, aanbieden’, onfrank. offron, offran ‘offeren’, os. offron, ohd. offarōn, ofri. offria, oe. offrian (ne. offer). — In de 1ste eeuwen van onze jaartelling komt uit het gallo-rom. gebied het lat. kerkwoord offerre ‘aanbieden’ en dit verovert het germ. gebied langs de Rijn van Trier tot aan Brittanniē (Th. Frings, Germ. Rom. 1932, 111-114).

Daarentegen gaat het nhd. opfern < ohd. opfarōn en mnd. opperen terug op het lat. operāri, dat in de vroege kerktaal de bet. ‘aalmoezen schenken’ gekregen had. — Het germ. woord was ohd. bluozan, oe. blōtan, on. blōta, terwijl got. blōtan reeds verbleekt was tot de bet. ‘vereren’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

offer: s.nw. en ww., “aanbied(ing)”; Ndl. en Mnl. offer en offeren, Eng. offer uit Lat. offerre, “aanbied”, terwyl Hd. opferen blb. teruggaan op Lat. operāri, “aalmoese skenk”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

offeren (Latijn offerre)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Offeren (Os. offron) onder den invloed van ’t Fr. offrir, ontleend aan ’t Lat. offere, letterlijk: aanbieden (uit ob = tegen, tegemoet en ferre = dragen), en dan als kerkelijk woord gebruikt: het aanbieden, opdragen der H. Mis. – Offerhande van ’t Fr. offrande en dit uit ’t Lat. offerenda = wat geofferd zal worden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

offeren ‘(aan godheid) schenken’ -> Deens ofre ‘(aan godheid) schenken’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands offer ‘schenken’; Arowaks offern ‘(aan godheid) schenken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

offeren (aan godheid) schenken 0901-1000 [WPs] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal