Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oerwoud - (ongerept woud)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2019

Oerwoud, rimboe en jungle
Wereldwijd wordt er oerwoud gekapt, tot verdriet van milieuorganisaties die zich beijveren voor het behoud van tropisch bosgebied. Toch is de Europese belangstelling voor oerwouden nog niet heel oud: pas aan het begin van de negentiende eeuw gaven Europeanen ongerept bos specifieke namen: jungle, rimboe, oerwoud. Voordien bestonden alleen termen als wildernis en woestijn, die een veel algemenere betekenis hadden. Drie oudere synoniemen komen naast elkaar voor in een leerboekje voor de Latijnse taal uit 1642: “De Eenhoorn woont inde allerverborgenste Woestenyen (Wildernissen, Woestijnen).”

Verwilderd land
Het woord jungle is in 1776 door de Engelsen in India overgenomen uit het Hindi, waarin jangal stond voor ‘onbruikbaar, verwilderd land’. Aanvankelijk betekende jungle ‘ongecultiveerd terrein’; vanaf 1813 werd het ‘dichtbegroeid terrein in India’. Het woord komt vanaf 1825 in het Nederlands voor in de context van de Engelse koloniën. In 1826 meldt de Nederlandsche Staatscourant dat een Indische provincie voornamelijk bestaat uit “jungle en bosch”.
In diezelfde tijd gingen de Nederlanders de Indonesische wildernis benoemen met de Maleise naam rimboe. De term wordt voor het eerst aangetroffen in 1841 in een krantenartikel over de “Padangsche opstanden”; bij deze koloniale oorlog werden soldaten en burgers gedwongen tot een “aftogt door de rimboe (bosschen)”. Uit de toevoeging tussen haakjes blijkt dat het woord nog onbekend was.

Aloude bosschen
Ondanks het oer-Nederlandse uiterlijk is het woord oerwoud ontleend, als leenvertaling van het Duitse Urwald. Aanvankelijk aarzelde men over de spelling: in 1836 schrijft een landbouwkundige over het Beekbergerwoud dat “dit woud, met regt, tot de in ons land schaars geworden aloude bosschen (Urwälder) mag gerekend worden”. In 1851 vinden we in de krant oer-woud, in 1865 urwoud.
In het Duits bestaat Urwald sinds 1817. Het Duitse ur- betekent ‘oud(ste), primitief’; de naam verwijst naar de grote ouderdom van ongerepte inheemse wouden. Het voorvoegsel is verwant met het Nederlandse oor- en betekende oorspronkelijk ‘van … af’ – vergelijk oorsprong en oorzaak met het Duitse Ursprung en Ursache.
Vanaf de zestiende eeuw werden neologismen als Urbild, Urschrift, Urvolk, Urmensch en Ursprache gevormd. In de negentiende eeuw namen Nederlandse wetenschappers die Duitse nieuwvormingen over. Sommige puristen wilden toen oervolk, oermens en oertaal vervangen door oorvolk, oormens en oortaal, en dus ook oerwoud door oorwoud, zodat de herkomst werd verdoezeld. Dat was een verloren strijd: inmiddels herkent niemand meer de Duitse oorsprong van woorden met oer-; de negentiende-eeuwse oor-vernederlandsingen, zoals oorvolk, zijn spoorloos verdwenen.

Chaos
Rond 1900 kwam de uitdrukking (tropisch) regenwoud op als vertaling van het Duitse Regenwald, een wetenschappelijke term met een exacte definitie: ‘ongerept woud met een jaarlijkse neerslag van minstens 2000 mm per jaar’. Anders dan deze neutrale variant werden de exotische woorden oerwoud, jungle en rimboe ook overdrachtelijk gebruikt. “In welk gedeelte van het wysgeerig oerwoud bevinden wij ons eigenlijk?”, schreef iemand in 1874 over de wijsbegeerte van Spinoza. Met oerwoud wordt hier bedoeld: ‘een chaotische situatie’. Inmiddels wordt oerwoud graag gebruikt in combinaties als een oerwoud van regeltjes (of wetten, instanties of subsidies). Ook de samenstelling oerwoudgeluiden, die vanaf 1916 in de letterlijke betekenis werd geïntroduceerd, kreeg een figuurlijke betekenis: eerst werd die gebruikt voor destijds nieuwe muziek, zoals die van jazzpianist Leslie Brown en zanger Elvis Presley, en rond 1990 ook voor racistische geluiden van voetbalsupporters.

Recht van de sterkste
Jungle is in veel talen verbreid, met name door The Jungle Book van Rudyard Kipling uit 1894, over het mensenkind Mowgli dat in de jungle door wolven wordt opgevoed, en door het verhaal Tarzan of the Apes uit 1912 van E.R. Burroughs. Ook jungle wordt overdrachtelijk gebruikt: een jungle van verordeningen, de Haagse jungle. Kipling is ook de bedenker van the law of the jungle, in het Nederlands de wet van de jungle. Hij doelde hiermee op de omgangsregels van de dieren in de jungle. Tegenwoordig staat de uitdrukking voor het recht van de sterkste, een systeem van keiharde rivaliteit: “In de operatiekamer gelden de wetten van de jungle”, stond vorig jaar in Trouw.
Rimboe
wordt ook overdrachtelijk gebruikt, niet in de betekenis ‘chaos’ maar in die van ‘afgelegen streek’: “De menschen willen tegenwoordig niet meer in de Rimboe wonen, zij willen goede verbindingen”, aldus een lid van de Friese Provinciale Staten in 1939. Toen al. Dat verlaten gebieden vakantievierende Randstedelingen ook leefkwaliteit kunnen bieden, blijkt uit de naam van een Ermelose camping: ‘In de rimboe’.
[Beelen, Hans en Nicoline van der Sijs (2019), ‘Oerwoud, rimboe en jungle’, in: Onze Taal 5.]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

oerwoud s.nw.
Ongerepte woud.
Uit Ndl. oerwoud (1929), met oer- 'oudste, oorspronklikste' wat uit die ou voorv. oor- onder invloed van D. ur- ontwikkel het, so genoem omdat die woud van die oudste tyd af ongerep staan.
D. Urwald.

Hosted by Meertens Instituut