Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oer - (ijzerhoudende grond)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

oer zn. ‘ijzerhoudende grond’
Vnnl. oor, oore ‘erts, ertsgroeve’ [1607; Kil.]; nnl. 't oer ‘harde ijzerhoudende grond’ [1764; WNT], ook in samenstellingen: ijzeroer, zandoer [1835; WNT zand].
Nnd. ur ‘oer, ijzerhoudende grond’; oe. ōre ‘erts, onbewerkt metaal’ (ne. ore); < pgm. *ōra-. Daarnaast staan pgm. *aura-, waaruit: oe. ēar ‘aarde’; on. aurr ‘kiezel, ijzerhoudend zand’ (nzw. ör ‘steenslag, gruis’); en pgm. *auriō-, waaruit nijsl. eyrr, nno. øyr ‘zandbank in riviermonding’. Verdere herkomst onbekend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

oer [ijzerhoudende grond] {1764} < hoogduits Ur, nederduits ur, ablautend oudengels ear [aarde], eor [grind], oudnoors aurr [kiezel, oer], oudiers ur [aarde, klei].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

oer 1 znw. o., eerst in de 18de eeuw uit het duits overgenomen, vgl. nnd. ūr ‘oer’. — Abl. staat daarnaast oe. ēar ‘aarde’, ēor ‘grind’, on. aurr m. ‘kiezel, ijzerhoudend zand’ (misschien ook got. aurahjons ‘graven, kerkhof’, indien eig. ‘kiezelheuvel’, vgl. Heinertz IF 50, 1952, 109-117). — oiers ūr ‘aarde, klei’ (Stokes, Urkelt. Sprachschatz 1894, 55 met voorbehoud).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

oer I znw. o., nog niet bij Kil. Een oorspr. oostndl. (saks.) vorm met oe (û) uit germ. û. = ndd. ûr “oer”. Ablautend met on. aurr m. “kiezel”, ags. êar m. “grond”. Wellicht verwant met ier. ûr “aarde, leem”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

oer 2 o. (aardsoort), + Ndd. uur, daarnevens met ablaut Ags. éar = aarde, On. aurr (Zw. ör, De. aur) = gruis + Oier. úr = aarde.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oer ijzerhoudende grond 1764 [WNT] <Duits

Hosted by Meertens Instituut