Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oelewapper - (waardeloze vent)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

oelewapper* [waardeloze vent] {na 1950} het eerste lid is het tussenwerpsel oele ['t mocht wat, kun je denken], eig. een zn. oelen, mv. van oele, ol [beuzeling], vgl. limburgs oelig [klein]; het tweede lid wapper vermoedelijk in de betekenis ‘slungel’. Een andere verklaring verwijst naar sittards oelewapper [pottenbakker], van oele < vulgair latijn aula, olla [pot]. Het tweede element is van het werkwoord wapperen [fladderen]. Een pottenbakker is iemand die met zijn wapperende handen gestalte geeft aan de te maken kruik of pot.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

oelewap, oelewapper: iemand die zich raar gedraagt; domoor, sufferd; onbenullig iemand. Volgens Onze Taal (juli/augustus 1986) zou het woord dateren uit de periode van de Spaanse bezetting, de Tachtigjarige Oorlog. Spaanse soldaten zouden toen bij het zien van een Nederlandse vrouw uitgeroepen hebben: olé guapa, vrij vertaald: ‘wat een stuk’. Hun Nederlandse medeminnaars zouden dit opgepikt hebben en verbasterd tot oelewapper. Etymologie van de koude grond, denk je dan. Plausibeler is dat we hier te maken hebben met een samenstelling van oele (schertsend tussenwerpsel dat zoveel betekent als ‘dat kun je denken; mooi niet’) en wapper (in de zin van ‘slungel’). In het Fries betekent ûlewapper overigens ‘grote nachtvlinder; sul; sufferd’. Niet vreemd als je bedenkt dat oele tevens een dialectwoord is voor ‘uil’. Volgens Salleveldt (1980, p. 10) was het invectief reeds gebruikelijk in de jaren 1945-1950. Dat kan wel eens kloppen want in het eerste hiernavolgende citaat (van jeugdboekenschrijver W. van der Heide) wordt duidelijk gezinspeeld op een begin jaren vijftig reeds ingeburgerde term. Het betreft dan wel een verkorte versie (misschien de oervorm) van onze oelewapper. In een detective uit 1948 wordt de woordspeling zoeloewapper vermeld, hetgeen er eveneens op wijst dat oelewapper toen reeds ingeburgerd was. Het woord werd vooral populair in de jaren zestig. Zo kwam het bijvoorbeeld voor in een liedje (uit 1967) van Jo Budie, de Oelewapperspolka. Ook nu nog is het erg geliefd. In 2004 dook de samenstelling oelewapperdivisie op. In hetzelfde jaar was er ook het rapliedje ‘Supervisie’ van Lange Frans en Baas B. Daarin kwamen volgende regels voor: ‘je bent een zielige stakker, een oelewapper, een koekebakker, die zo hard z’n best doet om de boel te schrappen’. Een en ander bewijst dat het woord nog niet op zijn retour is. Op internetforums kom je dit scheldwoord geregeld tegen, al lijken veel jongeren de precieze betekenis niet te kennen. Wie gebruikmaakt van het protocol om met een mobiele telefoon op het internet te gaan (in jargon wappen genoemd) wordt tegenwoordig in ‘digi-taalgebruik’ spottend een oeleWAPper genoemd. Volgens de ‘Urban Dictionary’ op internet zou de Engelse slangterm oetwamber een verbastering zijn van het Nederlandse oelewapper. Het woord maakt dus duidelijk school. Zie ook nog pierewapper*.

Kloeiende Kloppartij… Jai lelijke Oelewap! (Willy van der Heide, Een dollarjacht in een D-trein, 1952)
Joy wist dat oelewappers nooit of te nimmer alleen mogen lopen. (Ben Borgart, De slakken van Canêt d’Olt, 1973)
En in oorspronkelijk ‘ernems’ blaast ze in mijn oor: ‘Zet ze in de zeik die oelewappers, Johan.’ (Johnny van Doorn, Gevecht tegen het zuur, 1984)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oelewapper* waardeloze vent 1931-1940 [NRC-H 21/2/2001]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut