Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

occasion - zn. 'tweedehands auto'

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

occasion, occasie zn. ‘tweedehands auto’, (BN) ‘koopje’
Nnl. occasion ‘(gelegenheids)koopje’ [1910; Kramers II], occasion ‘tweedehandsauto’ [1954; WNT Aanv.]. In het BN in beide betekenissen vernederlandst tot occasie.
Ontleend aan Frans occasion ‘koopje’ [1826; TLF], een specifieke betekenis die is ontwikkeld uit algemener ‘gelegenheid, aanleiding’ (in de vorm occasiun) [1174; TLF], ontleend aan Latijn occāsio (genitief -iōnis) ‘gelegenheid, geschikt moment’, afleiding van occidere (verl.deelw. occāsus) ‘neervallen’, gevormd uit ob ‘naartoe, tegenover’, zie → object, en cadere ‘vallen, (bij iets) passen’, zie → kans.
De betekenis ‘tweedehands auto’ bestaat in het Frans alleen in de verbinding voiture d'occasion. Hetzelfde Franse woord occasion is overigens al tweemaal eerder ontleend. Eerst als mnl. occoisoen ‘gelegenheid, aanleiding’ met vele spellingvarianten [13e eeuw; VMNW]. Kiliaan (1599) neemt in zijn woordenboek nog de vormen occasoen en ocksuyne op, maar het woord was toen al verouderd. Recenter is vnnl. occasie ‘gelegenheid, omstandigheid’ [1588; Kil.], dat in het NN verouderd is, maar dat in het BN de gewone vorm is gebleven, ook in de jongere betekenissen ‘koopje’ en ‘tweedehands artikel’.
In het NN heeft de op de Franse spelling gebaseerde uitspraak /okkazjón/ van occasion ‘tweedehandsauto’ in de laatste decennia van de 20e eeuw geleidelijk plaatsgemaakt voor een Engelse uitspraak /okkéšən/. In het Engels is het woord occasion in deze betekenis echter onbekend. In het BN is occasion vernederlandst tot occasie en heeft het woord zijn oude betekenis ‘koopje’ behouden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

occasion [koopje] {1901-1925} < frans occasion < latijn occasionem, 4e nv. van occasio [(gunstige) gelegenheid], van occasum, verl. deelw. van occidere [(neer)vallen], van ob [naar … toe] + cadere [vallen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

okkasie s.nw.
Geleentheid.
Uit Ndl. okkazie (1873) of Eng. occasion (1789).
Fr. occasion.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

occasion (Frans occasion)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

occasion koopje 1910 [KWT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut