Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

obsederen - (geheel in beslag nemen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

obsederen [geheel in beslag nemen] {1824} < frans obséder [hinderen, ergeren, lastig vallen, obsederen] < laat-latijn obsedēre, naast latijn obsidēre [zitten op, bezet houden, belegeren, in beslag nemen], van ob [naar … toe, in de weg] + sedēre (in samenstellingen -sidēre) [zitten].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

obsedeer ww.
Voortdurend die gees kwel of die aandag in beslag neem.
Uit Ndl. obsederen (1824).
Fr. obséder.
Vgl. Eng. obsess (1531).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

obsederen geheel in beslag nemen 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut