Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

objectief - (zich bepalend tot de feiten)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

objectief [zich bepalend tot de feiten] {1847} < frans objectif < middeleeuws latijn obiectivus [op het kernobject betrekking hebbend] (vgl. object).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Objectief (< mid-Lat. objectívus = voorliggend; < objéctum = het voorliggende, voorwerp). Lens in een kijker, die aan de zijde van het voorwerp is bevestigd.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Objectief (Μ.E. Lat. objectívus = op een → object betrekking hebbend). Naar de zijde van het voorwerp gerichte lens (of lenzensysteem) in een kijker of microscoop. De namen objectief en → oculair zijn ingevoerd door Schyrlaeus de Rheita (1597—1660) in zijn boek: Oculus Enoch et Eliae (1645).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

objectief ‘zich bepalend tot de feiten’ -> Indonesisch obyéktif ‘zich bepalend tot de feiten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

objectief zich bepalend tot de feiten 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut