Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

oase - (vruchtbare plaats in de woestijn)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2019

Egyptisch

Wie aan Egypte denkt, denkt aan piramides. Maar waar komt het woord vandaan?
Toen de Grieken de indrukwekkende piramide van Cheops leerden kennen (nadat Alexander de Grote in 332 v.Chr. Egypte had veroverd) gebruikten ze er het woord puramis voor. In het verleden is wel verondersteld dat het teruggaat op het Egyptische pr-m-us (‘hoogte’), maar die etymologie is onbewezen. De Grieken zelf legden een verband met verschillende Griekse woorden: pur (‘vuur’), puros (‘tarwe’) of puramis (‘tarwekoek’). Ze meenden dat de vorm van de piramide gelijkenis vertoont met een brandend vuur, een graanschuur of een tarwekoek. Het blijft speculatie.
Ook het woord sfinx weten we alleen dat het uit het Grieks tot ons is gekomen, hoewel de vroegste afbeeldingen van dit fabeldier met leeuwenkop en vrouwenboezem uit Egypte stammen. Misschien is er een verband met Egyptische sjesep-anch (‘levend beeld’).

Natuur
Zeker is dat het Egyptische rijk andere talige sporen heeft nagelaten. Zo is albast voor wit marmer vernoemd naar de Egyptische stad Alabastron. Albast is, net als andere Egyptische leenwoorden, via andere talen in het Nederlands beland. Meestal is het Egyptische woord eerst in het Grieks geleend, want het Egyptisch stond sinds Alexander de Grote in direct contact met het Grieks, dat de bestuurstaal werd in Egypte. Na de inlijving van Egypte door de Romeinen in 30 v. Chr. bleef het Grieks de meestgebruikte schrijftaal. De Egyptisch/Griekse leenwoorden werden nu ook overgenomen in het Latijn, en via die route zijn de leenwoorden uiteindelijk in het Nederlands beland. Door de Griekse invloed op het Egyptisch veranderde die taal zodanig dat hij vanaf de derde eeuw Koptisch wordt genoemd. Dat Koptisch werd tot in de 15de eeuw gesproken, en is tot op heden de liturgische taal in de Koptische kerk.
Namen van verschillende Egyptische dieren en planten hebben we aldus via het Latijn en Grieks leren kennen, zoals ibis (de vogel), lelie en ebbenhout. Andijvie is eigenlijk een in februari geoogste plant: het woord gaat waarschijnlijk terug op het Koptische ṭūba (‘februari’), hoewel er ook andere verklaringen in omloop zijn. Gummi voor ‘Arabische gom’ gaat terug op Egyptische kmj-t (‘hars, kleverig plantensap’). In de negentiende eeuw heeft het Nederlands ook het Egyptische woord oase voor een vruchtbare plek in de woestijn leren kennen, via uit het Duits vertaalde reisbeschrijvingen

Farao
Het woord chemie is ontleend aan het Grieks; daarin betekende het waarschijnlijk oorspronkelijk ‘Egyptische kunst’. Het woord is dan afgeleid van de naam voor Egypte die in het Koptisch kēmi, ‘zwart (land)’, luidde; Egypte werd het zwarte, oftewel vruchtbare, land genoemd, tegenover de omringende bleke woestijn.
Een andere ontleningsweg heeft farao gevolgd. Dit woord is via de Bijbel bekend geworden: het Hebreeuws heeft het geleend uit Egyptisch per’aa of praa (‘paleis’, letterlijk ‘groot huis’). Vervolgens werd het woord gebruikt voor de bewoner van het paleis, de farao. In het Egyptisch werden klinkers niet geschreven, net als in het Arabisch. Daardoor weten we vaak niet precies welke klinkers in een woord hebben gestaan. Het woord farao vinden we waarschijnlijk ook terug in papyrus en in het via het Frans ontleende papier: papyrus is de naam voor de plant waarvan de Egyptenaren al duizenden jaren voor Christus beschrijfbaar materiaal maakten. De naam gaat terug op pa-per-aa ‘wat tot de farao behoort’: de farao had in het oude Egypte het monopolie op het bereiden van papier.

Hiërogliefen
Al met al is de Egyptische erfenis maar klein. Tekenend voor de betrekkelijk geringe invloed van het Egyptisch is dat zelfs het woord voor de Egyptische schrifttekens, hiërogliefen, uit het Grieks stamt. De kerkvader Clemens van Alexandrië gebruikte dit woord, dat letterlijk ‘heilige groeven’ betekent , al in de tweede eeuw na Chr. Pas nadat Jean-François Champollion het schrift met behulp van de meertalige steen van Rosetta had ontcijferd, raakte het woord bekend in andere talen.
Intussen is het belangrijkste dat we van de Egyptenaren hebben geërfd nog niet vermeld: de tamme kat. Maar waar zijn naam vandaan komt, is onzeker. De bronnen zwijgen – als een sfinx.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2016), ‘Egyptisch’, in: Onze Taal 6, 24.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

oase zn. ‘vruchtbare plaats in de woestijn’
Nnl. oases (mv.) ‘kleine vruchtbare plekken gronds in de zandwoestijnen van Afrika’ [1824; Weiland], oäsen (mv.) ‘id.’ [1839; WNT zeldzaam], oase [1847; Kramers].
Ontleend aan Latijn Oasis ‘vruchtbare plaats in de Noord-Afrikaanse woestijn’, ontleend aan Grieks óasis, aúsis ‘id.’, een leenwoord uit het Oudegyptisch, waaruit nog Koptisch ouahe ‘vruchtbare plaats in de woestijn’ en door ontlening Arabisch wāḥa ‘id.’. In tegenstelling tot bijv. het Frans en Engels, die de Latijnse vorm oasis hebben behouden, heeft het Nederlands de uitgang vereenvoudigd, wrsch. door herinterpretatie van de Latijnse meervoudsuitgang -es als een Nederlandse meervoudsuitgang. In het Duits is het Latijnse meervoud wrsch. eerst vervangen door de Duitse meervoudsvorm Oasen, waarbij een enkelvoud Oase [1828; Kluge21] werd gevormd.
In het klassiek Latijn werden met het toponiem Oasis verschillende plaatsen in de Noord-Afrikaanse woestijn aangeduid. Sommige werden als verbanningsoord gebruikt. De Franse geograaf J.B. Bourguignon d'Anville (1697-1782) gebruikte als eerste deze aardrijkskundige naam als soortnaam [1766; TLF].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

oase [vruchtbare plaats in woestijn] {1824} < hoogduits Oase < laat-latijn oasis < laat-grieks oasis < koptisch ouahe (dat de Arabieren als wāḥa overnamen) < egyptisch wahet.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

oase znw. v., eerst nnl., evenals nhd. oase (eerst na 1828), dat de al eerder gebruikte lat. vorm oasis dan gaat vervangen. Dit woord is uit gr. oasis overgenomen, dat zelf weer teruggaat op koptisch ouahe ‘oase’, bestaande uit de woorden wahe ‘wonen’ + sa ‘drinken’ (Lokotsch Nr. 2152).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

oase znw., nog niet bij Kil. Een internationaal woord, dat via ’t Lat. en Gr. op egypt. ōɜḥ, kopt. ouahe “oase” teruggaat.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

oase s.nw.
1. Vrugbare plek in 'n woestyn. 2. Sponsagtige materiaal, gebruik by blommerangskikkings.
Uit Ndl. oase (1824 in bet. 1).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

oase: plek m. water i. d. woestyn (veral i. d. Sahara); eers Nnl. oase/oasis, Hd. oase, Eng. en Fr. oasis uit Lat. oasis, Gr. oasis/auasis uit Kop. ouahe, “beboubare grond” (uit wahe, “woon”, en sa, “drink”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

oase (Duits Oase)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Oase
Ofschoon dit woord niet van Arab. oorsprong is, zoo hebben wij het toch van de Arab., die wâha (واحة), op de Fransche manier geschreven ouâha, zeggen. Het woord ontbreekt bij Freytag, Richardson enz., maar komt tallooze malen bij de Arab. schrijvers voor en staat ook bij Bocthor enz.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

oase ‘vruchtbare plaats in de woestijn’ -> Indonesisch oase ‘vruchtbare plaats in de woestijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

oase vruchtbare plaats in woestijn 1824 [WEI] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal