Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nurse - (verpleegster)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nurse [verpleegster] {1901-1925 in de betekenis ‘kindermeid’; de betekenis ‘verpleegster’ na 1950} < engels nurse < oudfrans n(o)urice [idem] < laat-latijn nutricia [verzorgster, opvoedster], vr. enk. als zn. van nutricius [zogend, voedend, verzorgend], van nutrix (2e nv. nutricis) [voedster].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

nurse s.nw., ww. (geselstaal)
Verpleegster, of verpleeg.
Uit Eng. nurse (1590 as s.nw., 1736 as ww.).
Eng. nurse is 'n sametrekking van ouer nourice uit Oudfrans norrice uit Latyn nutricia 'pleegmoeder, verpleegster'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nurse (Engels nurse)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut